Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
271-
en de orde te handhaven of te herstellen. Langs
dien weg werd den ingezetenen op eene krachtdadige
wijze hunne ondergeschiktheid herinnerd, en werden zij
in onderdanigheid gehouden; doch het was tevens geen
' gering bezwaar voor hen, dat zy gedurende het verblijf
van de Hongi-vloot voor de benoodigde rijst moesten
zorgen.
In 'tvervolg van tijd strekte ook de Hongi, om op
de uitroeijing der specerijboomen toezigt te houden,
en den smokkelhandel tegen te gaan. In de iS'^® eeuw
had de Hongi - togt in October plaats; de vloot voer
het geheele eiland Ceram rond, en bezocht de nabqge-
legene eilanden. De afwezigheid des Gouverneurs van de
hoofdplaats duurde zoo lang, totdat deze begreep , die
werkzaamheid, óf aan een' op hem volgenden Ambte-
naar, óf aan meer dan één' Ambtenaar, in Commissie
vereenigd, te kunnen opdragen. Tegen het einde der
eeuw verloor de Hongi meer en meer den heil-
zamen invloed, welken zij op de inlandsche bevolking
zoo lang had uitgeoefend, omdat, bij wezenlijk verzet
of zeerooverij, men de magt niet bezat, om de weêr-
spannigen, die zich op hoogten of bergtoppen versterkt
hadden, anderen ten voorbedde, te straffen. Thans Is
de Hongi, als bezwarend voor de ingezetenen, geheel
afgeschaft.
De Engelschen zochten reeds dadelijk, nadat de Ne-
derlanders zich op deze eilanden gevestigd hadden, deel
te krijgen aan den specerijhandel; zq stichtten te dien
einde op een aantal plaatsen loges, en verlokten de
bewoners tot het ter sluik verkoopen van nagelen,
door het aanbod van hoogere prijzen, dan de inlan-
ders van de Nederlanders vrijwillig bedongen hadden.
Zij veroorzaakten op die wijze ontevredenheid en mis-
noegen bij den inlander, die, ongetrouw aan de getrof-
fene overeenkomsten, van de Nederlanders hoogere
prijzen wilden vorderen. Die geest, eenmaal levendig
geworden, heeft zich later meermalen geopenbaard,
en is grootendeels de oorzaak geweest, dat alleen op
Amboina en de eigenlijke Uliasers de nagelen werden
behouden, en die eilanden als met een' ringmuur van
forten werden omgeven. Op de naburige eilanden werd
een streng toezigt over de uitroeijing der specerijboomen
tot stand gebragt; doch men wist dit meermalen te ont-
duiken, hetgene weleens aanleiding tot strenge strafoefe-
ning gaf. Ter-