Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
270-
gen geheeten, kwam in 1605 terug, en vóór het ein-
de van Februarrj van dat jaar werd de Nederlandsche
vlag op het Portugesche fort geheschen , dat van toen
af den naam Victoria voerde. Van dien tijd af zijn
de beide schiereilanden van Amboina te beschouwen als
onderworpen aan de Nederlandsche Oostindische Maat-
schappij.
Men breidde zich nu eerlang, zoowel over de na-
burige eilanden en over die ten zuiden en westen van
Ceram, als over de zuidkust van dat groote eiland,
verder uit, en in minder dan twintig jaren bezat men in
dit gedeelte van den Archipel een belangrijk gebied.
Reeds de eerste Gouverneur van Amboina, F r e d e r i k
Houtman, die er tot in 1611 bleef, voerde den
Hongi- of Hongo-togt in. Op zekeren tijd van het jaar
namelijk moest ieder vlek of dorp van de Landvoogdij,
naar mate van de bevolking, hetzij alleen , of vereenigd
met een of twee naburige dorpen, een of meer oor-
logsvaartuigen uitrusten, bemannen en aan het kasteel
Victoria leveren. Deze, korrakorras geheeten, zijn
platbodemde vaartuigen van 80 tot 100 en meer voe-
ten lang, en van 12 tot 16 voeten breed, met ten
hoogste 80 roeijers, wier zitplaatsen gevonden worden
op buiten boord uitstekende bamboesstaken, of vler-
ken , die tevens strekken , om het omslaan voor te ko-
men. In het midden van zoodanige vaartuigen is een
vertrek, soms in twee of drie kamers afgedeeld, en
voor de Bevelhebbers bestemd, terwijl het krijgsvolk
zich, boven dat vertrek, op het dek bevindt, met de
noodige gongs (koperen bekkens) en ander geruchtma-
kend speeltuig. De lilas , of kamerstukken, waarvan de
korrakorras voorzien zijn, schieten twee- of drieponds
kogels. Wanneer al die vaartuigen aan het kasteel ver-
eenigd waren , vertrok de Gouverneur, met een of meer
Nederlandsche oorlogsvaartuigen, aan het hoofd der
Hongi-vloot, somtijds uit 60 tot 80 korrakorras en
5000 tot 6000 manschappen bestaande. De Gouver-
neur bezocht dan al de stranddorpen van zijn gebied,
om de klagten aan te hooren en twisten te beslech-
ten , als ook om aan de geschillen, welke tusschen
naburige dorpen gerezen mogten zijn, een einde te
maken, om hardnekkigheid, weérspannigheid , oproer of
zeerooverij te beteugelen of te straffen, overal, waar
het noodig was, met zijn gezag tusschenbeide te komen
en