Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
werden gesloopt , en Sultan Tsafi-Oeddin, of
Saïf-ed-dien, verkreeg het kasteel tot woning.
Men beschouwt de Tidorezen als onrustiger van
aard dan de Ternatanen, maar houdt hen tevens voof
meer arbeidzaam. Sultan Saïf-ed-dien heeft, naar
men wil, daartoe veel bijgedragen, door de luiaards met
de afkapping der linkerhand te bedwingen. Hoezeer
het eiland slechts weinig grooter is dan Ternate, is de
bevolking echter veel talrijker, en er heerscht meer werk-
zaamheid bij den landbouw, de weverij en visscherij.
De voortbrengselen zijn voor het overige dezelfde, als
op het naburige Ternate, doch Tidor wordt weieens
voor minder gezond geacht.
De Sultan trekt eenige inkomsten, of jaarlijksche ge-
schenken, van de Papoesche Eilanden, Missowal, of
Waigamme, Waigeeuw, Batante, of Patenta, Sa-
lawatty enz., alsmede van de noordkust van iV/Vww-
Guinea , bestaande hoofdzakelijk in grijzen amber,
waaronder soms stukken voorkomen, die ƒ j oog en
meer waardig zgn , karet, was , paarlen, slaven en
zeldzame paradijsvogels. Om de twee of drie jaren
wordt gewoonlijk die schatting ingevorderd.
DE BATJAN-EILANDEN.
Het eiland Batjan ligt hoog, is bergachtig, eft wel
18 mijlen lang. Er worden Vulkanen, zoowel als
granietbergen, gedeeltelijk overdekt met digte bosschen,
gevonden. Men bespeurt hier een belangrijk uitwerksel
van het onderaardsche vuur in de heete of kokende
springbronnen, waaronder er zijn, die het water tot
eene aanmerkelijke hoogte opwerpen; sommige dier
bronnen zi^jn sterk met zwavel bezwangerd.
De beide schiereilanden Leba en Laboe worden ge-
vormd door Baai Barneveld ten westen, en Lepanbaal
ten oosten; door de laatste, die in Straat Patientie
uitkomt, wordt Batjan van Gilolo gescheiden. Er zijn
in Straat Patientie hier en daar banken en eilandjes,
vooral in het noorden der straat, waaronder Sombo en
de Larie-Eilandjes, gelijk ook aan den zuidermond,
omstreeks welken daarenboven, op verscheidene plaat-
sen, geen grond te peilen is. Batjan-straat loopt
langs de westkust van Batjan, en levert, vooral onder
de kust van Batjan, eene afwisseling van fraaije gezig-
R 3 ten