Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2Ö7
ren, in den Icrater waren afgedaald, ora zwavel tc
rapen. Deze uitbarsting werd intusschen aan hunne
nederdaling toegeschreven, daar men, volgens een op
Ternate aangenomen gevoelen, meende, dat, bij het
afklimmen, eenige steenen waren losgeraakt, welke
door hunnen val in de diepte des kraters de sluime-
rende krachten der ontzettende werkplaats opgewekt,
en de uitbarsting zouden hebben voortgebragt. In
Maart, 1839, had eene nieuwe, doch meer hevige
uitbarsting, welligt door dezelfde oorzaak , plaats ; al-
thans kort nadat de Resident van O 1 p e n den krater
had bezocht, werd de lucht door dikke asch verduis-
terd, en er vloeide gloeijende lava uit de opening langs
de zijden van den berg naar de vruchtbare streken.
Dit alles echter was slechts een flaauw voorspel van
hetgene in de maand Februarij, 1S40, voorviel; toea
waren de uitbarstingen en aardschuddingen allernoodlot-
tigst voor het eiland. Op den Februarij begonnen
die uitbarstingen en trillingen; zij duurden acht ea
veertig uren voort, en veroorzaakten aanmerkelijke scha-
de. Nu evenwel blies de berg, gedurende eenige da-
gen , slechts rookzuilen uit zijne van onheil zwaygere
ingewanden, en de bevolking begon dus weder tot ver-
ademing te komen; maar in den nacht, die op den
i4den volgde, werden zij op nieuws verschrikt. Na
middernacht werden de trillingen steeds heviger en he-
viger, en namen met den dag toe. Ook het ge-
druisch vermeerderde op eene schrikbarende wijze. Om-
streeks elf ure des voormiddags van den vvas het,
als zoude het eiland opensplijten en zijne bewoners ver-
zwelgen , of wel, met alles, wat er op was , in den
onpeilbaren afgrond verzinken. De radelooze eilanders
zochten zich aan boord der vaartuigen te redden, en
vele werden liefderijk op Tidor geherbergd. Doch de
ijsselijkheden der verwoesting hadden thans het toppunt
bereikt, en de vreesselijke werkingen der woedende
Natuur begonnen te verminderen, hoewel tuinen en
woonhuizen vernield waren, en geen enkel steenen huis
was staande gebleven; zelfs het zoo stevig gebouwde
kasteel, dat gedurende twee eeuwen menige aardbeving
had weêrstaan, was nu bezweken. De aarde had zich
geopend en, na water te hebben uitgeworpen, weder
gesloten; terwijl de ontstane verzakkingen vele kloven
gevormd hadden. Geen mensch nogtans had het leven
R hier-