Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
235-
zien van de Vuurbergen dezer eilanden hebben opge-
merkt, dat zij bij uitbarstingen zelden lava of stoffen
in gesmolten' en vloeijenden toestand uitwerpen , maar
meestal asch of gloeijende steenen, waarvan vele zich
in een' staat van verglazing bevinden , of zich als de
slakken in ijzersmelterijen voordoen. Het schijnt boven
allen twijfel verheven te wezen, dat de Vullïanen van
onderscheidene eilanden onderling en met de zee ge-
meenschap hebben.
§ i6. Regeringsvorm, Het oppergezag berust bij
het Nederlandsche Bewind; de bevolking moet, in-
gevalle van oorlog, met vaartuigen, manschappen,
krijgsbehoeften enz. worden bijgestaan. De Vor-
sten mogen geen verkeer met vreemden naar buiten
houden, zonder toestemming van den Resident; terwijl
alle vreemdelingen, die zich op de eilanden verlangen
te vestigen, een bepaald verlof van het Nederlandsche
Gouvernement behoeven, en steeds onder Nederlandsch
Gezag leven. Ook is het den Vorsten verboden, te-
gen hunne eigene onderdanen willekeurige straffen, ver-
beurdverklaringen of verminkingen uit te spreken, en
zelfs de inlandsche Ambtenaren worden niet dan onder
goedkeuring van het Gouvernement aangesteld. Na den
Rijksbestuurder (Djoegoegoe, of Joegoegoe) en de Djoe-
roe-Toelies, of Secretarissen, heeft men Singadjies,
of Districtshoofden, en onder deze Bobatoes, Kime-
lalias en Pomenielas, met het toezigt over de dorpen
belast. De Vorst ontvangt slechts een gedeelte van het
jaargeld, of subsidie; het ander gedeelte is voor zijne
Rijksgrooten; de overige inkomsten der Vorsten en
Grooten spruiten voort uit de hun toebedeelde districten
of dorpen , uit een of ander monopolie aldaar, of uit
de vischvangst, jagt en heereridiensten. De Singadjies
en mindere Ambtenaren trekken ook eenige inkomsten
uit de dorpen, over welke zij het toezigt houden.
Op enkele eilanden is het bewind alleen in handen van
Singadjies, of Orangkayas.
S 17. Ver deeling. Wij zullen de volgorde naar den
rang der Vorsten en de belangrijkheid der eilanden
in acht nemen, zonder de grootte in het oog te hou-
den , dewijl anders Gilolo met Mortaai en Groot -
Obie het eerst in aanmerking zouden komen. — Thans
zal dezelve dus zijn: Ternate, Tidor, Batjan, of
de Batjan - groep , ook Batsjan genoemd, Gilolo, of
Al.