Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
üö4
c. De Tdenading- , of Salaugari - Eilandjes , ten
westen van den noordhoek van Gilolo; vele eilandjes in
Straat Mortaai; Chiau, aan den ingang der golf van
dien naam ; de Orra - Eilandjes, in de Ossabaai; de
lage Catharina-Eilandjes; de Sjanpee-, Tsafi-, of
Siaffee- Eilanden, met een goed vaarwater ten westen
naar de. zijde van Gilolo; Mouhor, niet ver van Kaap
Patanie, insgelijks met een goed vaarwater aan de zijde
van Gilolo; Geby , ten oosten van Gilolo - doortogt,
welke tusschen Geby en Mouhor zeven mijlen breed is.
Aan de westkust van Gcby wordt eene haven gevormd
door het kleine Foy/; men vindt er versch water,
brandhout, leeftogt, vooral visch en muskaatboomen.
Sommigen brengen Geby, zoowel als Gagie en de
meer oostelijk gelegen eilanden, onder de Papoesehe
-Eilanden; doch de bevolking schijnt van Tidoresche
afkomst te wezen. In de Golf van Kia liggen ver-
schillende eilandjes; nabij Kaap Lebiha, de Weeda- ,
of Rosebjns - Eilandjes, alle op een rif gelegen; de
meer zuidelijke Dammer-Eilanden hebben een vaarwater
tusschen Groot-Dammer en de kleinere eilanden, waar-
onder IJsselmuiden , Meeuv/ensteen en Hasselt.
§ 14. Binnenwateren. De rivieren en inzonderheid
de meren op Almaheira verdienen voorzeker vermeld
te worden; doch de kennis omtrent dit eiland is zoo
beperkt, dat men er niets bepaalds van kan mededeelen.
Op Batjan vindt men een meer, dat hoog, te midden
van het gebergte, gelegen is. De krater van den Vuur-
berg van Makjan is, naar men wil, met water gevuld
en in een meer hervormd.
§ 15. Bergen. De eilanden Ternate, Tidor en Mak-
jan zijn eigenlijk niets anders dan Vuurbergen, die
zich stout uit zee verheffen; ook op de meeste andere
eilanden worden nog rookende Vulkanen aangetroffen,
zoo als de Tobo, op Mortaai, en de Gamma-Knor
(meer juist Goenong-Kanorè), op Gilolo. Bovendien
heeft men op het laatstgenoemde eiland, in de rig-
ting der schiereilanden, eigenlijke bergketens, van welke
eene, in het noordoosten, in het steile voorgebergte
van Kaap Salaway eindigt. Op Batjan, op Obie en
op de Sulla - Eilanden zijn onderscheidene bergen, die
daar, zoowel als op Almaheira, ten deele uit graniet,
siniet en dergelijke steensoorten, en ten deele uit
Vulkanen bestaan. In het algemeen wil men ten aan-
zien