Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
251-
berigten, op welker naauwkeurigheid staat te maken
is.
§ 10. Middelen van Bestaan. Voorheen kwam de
nagelteelt in aanmerking, als de voornaamste tak van
landbouw, en hij was dit reeds, toen de Nederlanders
met deze eilanden bekend werden. Het voornaamste
produkt van Ternate , Tidor , Motier , Makjan en
Batjan bestond in nagelen. Volgens sommigen was des-
tijds de gewone jaarlijksche opbrengst 2000, doch vol-
gens anderen slechts 400 bhaar terwijl men alle
zeven jaren een' grooten pluk had, die op het dubbel
en meer van een' gewonen oogst gerekend werd. Ter-
nate , bij voorbeeld, leverde in een gewoon jaar, 400,
doch elke zeven jaar 1000 bhaar, en Tidor alsdan 1200
bhaar, in een gewoon jaar evenwel niet meer dan 500
of 600 bhaar. Aanvankelijk verkreeg men die tot lagen
prijs, omdat men glaswerk, destijds zeer gewild bij de
Ternatanen, in betaling gaf; weldra werd de prijs ver-
hoogd , en de Nederlanders kwamen in het bezit van den
uitsluitenden handel. De Sultan van Tidor nogtans hield
zich niet getrouw aan het Verdrag, toen, in 1613, de
Engelschen hier kwamen, om sluikhandel te drijven,
hoogere prijzen boden, en die in geweren en bus-
kruid betaalden. De prijs werd daarop hooger gesteld,
en nogmaals verhoogd in 1627, doch toen voor de
laatste reis. Op den sisten Januarij, 1652, kwam met
den Maharadja van Ternate het Traktaat ter uitroeijing
der specerijboomen, onder zijn gebied, tot stand, en
werd hem daarvoor 1000 Rijksdaalders (i 48 Stuivers)
elke maand toegelegd. De uitroeijing betrof ook het ei-
land Saleijer; en eenige jaren later werd dezelve tot het
eiland Boeton, dat, zoowel als Saleijer, onder Ternate
behjorde, mede uitgestrekt. Met den Sultan van Tidor
werd een gelijk Verdrag in Julij, 1657, gesloten,
en voor of na insgelijks met de Vorsten of Oudsten
der andere Ternataansche Eilanden. Heimelijk ont-
dook , of openlijk verzette men zich meermalen tegen
de uitroeijing; totdat in het begin der iS^e eeuw alles
in rust geraakte. Voorts werden in 1713, bij eene
nieu-
(*) Men rekende toen eene bhaar op 625 oude ponden,
later op 400 katties, i» lè fg, of 600 ffi; thans is eene
bhaar 550 oude ponden.