Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i.j'j'' .-s .. .. m .' ü"-^jb-j-jii.
2/4«
goestan, doerian enz.; — verschillentle soorten van
djmaboe, doch meer bijzonder de i<anarie, een fraaije en
reusachtige boom, die een' lioogen ouderdom bereikt,
met eene vrucht als amandelen, waaruit voortreffelijke
olie geperst wordt; onder deze soort treft men boomen
aan, die rijk zijn aan liars, waaronder zeer welrieken-
de; — de sagopalm, die van 9 tot 14 jaren oud moet
zijn, eer hij de noodige rijpheid heeft; de boom wordt
alsdan omgehouwen , gespouwd, het merg of het bin-
nenste wordt er uit gehaald en geklopt, of van de vezels
ontdaan en met water begoten; waarvan het bezinksel,
gedroogd zijnde, als meel tot koeken of pap toebereid
wordt; — de goemoetie; — de kajapoet, of leitum, die
tot het geslacht van den laurierboom behoort, en van
wiens bladen en bloesems de kajapoetölie getrokken
wordt; — de nagelboom, die gewoonlijk met het ,
soms eerst met het 12de jaar, of zelfs later, vrucht
draagt, levert ten hoogste tot 25 oude ponden op ; tot
welk gewigt de nagelen, half rijp, in November en De-
cember geplukt worden; de nagelen , die aan den boom
tot rijpheid komen , verkrijgen ruim tweemaal de grootte
van de gedroogde nagelen , verliezen een goed gedeelte
van den sterken specerij-smaak, welken zij half rijp had-
den, en worden tot zaaijing gebruikt, of, onder den
naam van moernagelen, in suiker ingemaakt; van eene
andere soort van nagelen, welke niet in Europa komen,
wordt de beste nagel-olie getrokken; de muskaatboom
begint met het lo'ie jaar vruchten te dragen, doch geeft
gemeenlijk eerst tusschen twaalf- en zestienjarigen ouder-
dom voortreffelijke noten, en draagt vervolgers gedurende
een aantal jaren; de vrucht wordt zoo groot als eene
abrikoos of kleine perzik, die afgesneden moet worden,
zoodra de buitenbolster openspringt, daar de afgevallen
noten meestal wormstekig worden; men laat ze soms
langer aan den boom zitten, om ze ter voortplanting te
kunnen gebruiken; om- ze in suiker te konfijten, plukt
men ze voordat de buitenste bolstgr openspringt. Voorts
groeijen er de dammer-, of harsboom, de drakenbloedboom
en de broodboom; — ijzerhout en andere duurzame,
harde of taaije houtsoorten voor scheepsbouw, alsmede
verschillende fraai gevlamde soorten voor kastenmakerij.
Dieren. Runderen, herten, zwijnen , geiten, ba-
bi • roussa's , groote slangen , kleine giftige slangen,
de bisa-biroe, de bisa-nipis, de idjoe, de vliegende
ha-