Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
247-
steeds de hoogste rang wordt toegekend, zoo leven ech-
ter beide Vorsten, als goede naburen, in vrede en eens-
gezindheid , ten minste zoo lang het den Nederlandschen
Hoofdambtenaar op Ternate zal gelukken, de goede
verstandhouding tusschen hen te doen voortduren.
§ 1. Ligging en Grenzen. Tusschen 124° 36' en
129° 28' oosterlengte van Gr^ewiwA, en tusschen 2°
4a' noorder- en 1° 52' zuiderbreedte. De begrenzing
is in het westen de Straat der Molukken en Grey-
houndstraat, in het noorden de Salibabo - Zee, in het
oosten de Gilolo - passage, of Papoesche Zee, en in
het zuiden de Ceramsche Zee en de Zee van Boeton.
§ 2. Uitgestrektheid en Bevolking. Onder de eigen-
lijke Molukken, of de Ternataansche Eilanden, is liet
voornaamste Gilolo , of Batoe - Tsina, door de naburi-
ge eilanders gemeenlijk Halmaheira, of Almaheira, het
groote of vaste land, genoemd, als zijnde met der daad,
bg vergelijking met de overige, groot en uitgestrekt;
het bestaat uit vier schiereilanden. Rondom dit groote
eiland vindt men in het noordoosten Mortaai, met het
kleine Kow; langs de westkust naar het zuiden Terna-
te, Tidor, Marhee, of Pottebakker, Motier, Mak-
jan, Kayo en de Batjan-groep, waarvan de voor-
naamste Batjan, Tavalie en Maregolang ; in het zui-
den de Obie - Eilanden, waaronder Groot - Obie vrij uit-
gestrekt is, en van daar westwaarts de vier Sulla -
Eilanden. Alle te zamen hebben, naar men meent,
eene oppervlakte van 880 vierkante mijlen, en eene be-
volking van 400000 zielen.
§ 3. Luchtgesteldheid. Daar het meestal kleine eilan-
den zijn met rijzenden grond, of bergachtig, zoo heeft
men er slechts aan het vlakke strand nu en dan eene
groote hitte; doch aan de helling der bergen vermindert
dezelve weldra, en tot zekere hoogte gekomen, voelt
men, dat het des morgens en des avonds, vooral des
nachts, vrij koel is. In het algemeen zijn deze eilanden
zeer gezond, zoowel voor Europeanen als Aziaten.
§ 4. Voortbrengselen:
Boomen. Alle gewone soorten , als : mangga , man-
Q 4 goe-