Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2/ili
den smokkelhandel te ontduiken ; doch nu had er on-
derzoek plaats , waartoe hier de Hongi - togt, elders
afzonderlijke gewapende vaartuigen gebruikt werden.
Meermalen moest er, hetzij vooraf, of bij het uit-
roeijen , zelfs geweld gebruikt worden, en tot handha-
ving van het stelsel, bouwde men op de eilanden ten
oosten van Banda, en op de kleine eilanden omstreeks
Groot - Timor en Timor - Laut, kleine forten , die van
garnizoen voorzien werden. De specerijhandel vorderde
op die wijze een steeds meer uitgebreid toezigt en groo-
tere kosten. Desniettemin bleek in Europa meermalen
het onmogelijke, om den smokkelhandel in de vruchten
van den muskaat- en nagelboom geheel voor te komen.
Met het midden der iStie eeuw, toen de wezenliike
achteruitgang der Oostindische Maatschappij zich in Indië
begon te doen gevoelen, werd het onderhoud van zoo
vele militaire bezettingen een belangrijk bezwaar; de ge-
heele krijgsmagt op de eilanden tusschen de Baai van
Koepang en de westkust van Timor-Laut bestond uit
50 man. Het toezigt verslapte; de posten werden inge-
trokken ; de wederstand op de kleine eilanden ten oosten
van Ceram werd meer openbaar, en men bevond zich
eerlang buiten staat, de geweldenarijen der eilanders te
bedwingen. Hier bestond verbittering en wraakzucht,
daar traagheid en moedeloosheid, toen, op het einde
der iSdc eeuw, de overmagt der Engelschen het eerste
gevoel temperde, en zelfs grootendeels deed verdwijnen,
zonder het andere te kunnen overwinnen.
In 1824 deed de Gouverneur.Generaal van der
Capellen eene reis door de Molukken; hij vond
alom en overal lusteloosheid en verval, waaraan nieuwe
en milde bepalingen alleen een einde konden maken. Het
verbodsstelsel van aanplanting werd dan ook opgeheven;
de te leveren specerijen zouden ruimer betaald worden,
en afdoende maatregelen werden beraamd, om de heeren-
diensten en allen onbeloonden arbeid te doen ophouden.
In h"Et algemeen werden de ingezetenen tot landbouw en
nijverheid aangespoord. Een gedeelte van het vroegere
stelsel bleef echter in werking, namelijk de uitkeerin-
gen of jaargelden aan de Sultans van Ternate, Isidor
en Batjan, alsmede aan de Rijksgrooten, of Orangkayas,
van Ternate, Motier en Makjan.
De Gouverneur der Moluksche Eilanden houdt zijn
verblijf te Ambon, alwaar zich tevens verschillende
Hoofd-