Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
V.
\ godsdienst.
_,;■■ - ■
17'
5UP-- "^at
Onderscheidene eilanden en de binnenlanden van andere
zijn de zetels van een blind Heidendom. Of de ruwe
mensch is zoo diep gezonken, dat hij zelfs aan geenen
Schepper denkt, en geene Godsvereering kent; of hij
heeft slechts eenige onvolmaakte begrippen van eenen
goeden en kwaden geest; of hij gevoelt behoefte aan
Godsvereering, en vertoont eenige sporen van vereering
van een Hooger Wezen. — Behalve deze drie klassen
van Heidenen, heeft men in den Archipel belijders van:
a. de Christenleer; b. den Islam, en c. het Boc-
dhisme.
a. Het Christendom. Op enkele plaatsen v/as be-
reids vóór de komst der Nederlanders de kennis van
het Christendom doorgedrongen ; doch naaiuvelijks had
de Oostindische Maatschappij zich op Ainboina geves-
tigd , of de verspreiding van die leer werd ernstig
behartigd. Naar mate de Nederlanders zich iiitbreidden,
strekten zij hunne benioeijingen tot voortplanting van.
hunne Godsdienst verder uit. Deze pogingen bereikten
eerlang de Sangier- en Salibaboe- Eilanden in het
noorden , in het oosten de Aroe - Eilanden, in het
zuidoosten Timor en de kleine eilanden daaromstreeks,
en in het westen Ceylon en de Kust van Koromandel.
De meer afgelegene eilanden werden vrij geregeld door
Predikanten bezocht, inzonderheid tot het bedienen van
doop en avondmaal. Ter aanmoediging werd hun,
door de Oostindische Maatschappij, een Discipelgeld
toegelegd voor de Heidenen en anderen, welke zij tot
het Christendom bekeerden.
Reeds in de eerste jaren der 17de eeuw werd in de
Molukken als taal ter mededeeling van het godsdienstig
onderwijs, welligt zeer verkeerd, de Maleische gekozen ,
hoezeer sommigen daartoe het Nederduitsch vvenschten
te zien gebruiken. Gebedenboeken, predikatiën, gedeel-
ten van den Bijbel, later de geheele Bijbel, werden
in het Maleisch vertaald; voor de West van Indiê
B be-