Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
239-
De voornaamste dier eilanden zijn KarkaJang , of Ta-
lam , het grootste van alle, Salibabo , ook Lirong ge-
raamd , dat aan eenen hoogen tafelberg kenbaar is, en
Kabroevang , hetwelk zich onderscheidt dnor een' vrij
hoogen spitsen berg. Sommigen achten Karkarottang
en de daaromstreeks gelegene eilandjes tot de Salibabo-
groep te behooren ; anderen weder geven aan deze den
naam van Méatigis, of Méhangis- Eilandjes; daarin is:
Salieloeboede, op het eiland Salibabo, of Lirong,
ook wel de haven van Lirong genoemd, gelegen aan
de zuidoostkust, heeft eene reede met goeden anker-
grond. Er is eene kerk en school. Vele gezinnen hou-
den doorgaans hun verblijf in hetzelfde gebouw, dat
in een aantal kleine woningen is afgedeeld , terwijl zij
aan de eene zijde in de lengte eene gemeenschappelijke
galerij hebben.
Men vindt op deze eilanden velerlei ververschingen,
aardvruchten , gevogelte , varkens , geiten , ook was en
vogelnestjes. Er groeijen eenige fijne houtsoorten.
DE