Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
257-
Het vlek Saundano is in eene hooge bergvlakte ge-
legen. Sinds den aanvang van het jaar 1830 werd
hier, na eenig verblijf op Amboim te hebben gehou-
den , geplaatst de Javaansche Priester Kiay-Modjo,
die, onder Diepo-Negoro, sedert 1825 tot aan
zijne gevangenneming, een der hoofdleiders van den
opstand op Java geweest was.
In deze streken heeft men koffijtuinen, daar de koffij
in dit bergachtig gewest zeer welig tiert. Hoeiieer deze
kuituur in het gebied van Menado eerst in het jaar
1820 is ingevoerd, is de Menadoreeds gunstig
in den handel bekend geworden.
Tondano ligt in eene bergvlakte, ongeveer 20C0 voe-
ten boven den waterspiegel der zee, zoodat men er
eene gematigde luchtgesteldheid ondervindt. Het aan-
zienlijke vlek, of liever de stad, heeft, sedert 1831,
eene kerk en school met een' Zendeling, terwijl het
Christendom er opgang maakt. De huizen staan op pa-
len langs de beide oevers der rivier, welke uit het
meer Tondano voortkomt, en te Menado zich in zee
ontlast, uit welken hoofde zij veelal Rivier van Me-
nado genoemd wordt. Vroeger waren de huizen meestal
boven het water van bet meer gebouwd.
lir heerscht veel welvaart onder de Tondaners, die
zich bezig houden met koffij- en rijstbouw, alsmede met
de vischvangst in het naburige meer, waar ook vele
watervogels geschoten worden.
De voortbrengselen van deze landschappen zijn in het
algemeen koffij , rijst, sago en stofgoud. Van den
harigen bast van den goemoetie - palm wordt veel touw-
werk gemaakt, dat voor loopend want, zelfs aan
boord van oorlogsschepen, gebruikt kan worden.
■Gorontalo is eene verbastering van den naam Goe-
nong - Tello, naar den naburigen berg Tello. Deze
plaats ligt aan eene rivier, welke zich in eene diepe
baai ontlast, en tot verblijf strekt van den Sultan. Het
Nederlandsche fort, op den tegenoverliggenden oever der
rivier, wordt door den Assistent - Resident bewoond.
De rivier voert stofgoud mede; ook worden er eenige
goudmijnen door de inlanders bewerkt. Men bouwt hier
rijst, jagong, oebie en katoen. Er is overvloed van
buffels. De handel is gering en bepaalt zich tot Me-
nado en Ternate. Naar Ternate worden rijst en andere
leeftogt, ook timmerhout en rottan, uitgevoerd.
De