Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
254
noordnoordwesten tot het zuidzuidoosten eene lengte van
omstreeks 6 mijlen, eene breedte van 2 mijlen en eene
diepte, die tot 12 en 14 vademen naar het midden
toeneemt. Grootendeels is dit meer door basaltrotsen
ingesloten; doch aan de zuidzijde van hetzelve loopt
eene bergketen van Vulkanischen oorsprong, waaruit op
verschillende plaatsen bestendig rookwolken opstijgen.
Van geweldige uitbarstingen, of schokken van aardbe-
ving, wordt echter zeer zelden iets vernomen. Verschei-
dene rivieren ontspringen uit dit meer, welke, alvorens
de vlakte te bereiken, grootere of kleinere watervallen
vormen. Onder deze rivieren is er eene, welke een'
waterval heeft van 90 voet hoogte. Loodregt stort het
water naar beneden, en levert, te midden eener heerlij-
ke, prachtige Natuur, een grootsch gezigt op. — De
smakelijke visch, welke in het meer Tondano overvloedig
voorhanden is, en de velerlei watervogels , die op de
kleine eilandjes aldaar gevonden worden, verschaffen aan
een aantal bewoners van zeven of acht dorpen, welke
rondom het meer gelegen zijn, een genoegzaam onder-
houd.
In het bergland van Limbotto, tot Gorontalo belioo-
rende, ziet men op eene vrij groote hoogte het meer
Limbotto, dat drie mijlen in omvang heeft, waarin veel
visch gevangen wordt en waaruit eenige rivieren voort-
komen.
Voortbrengselen. Dezelfde, als vroeger zijn genoemd;
voorts leveren dq bosschen een' rijkdom van velerlei
hout , waaronder menige nog onbekende boomsoort.
Onder de bewoners dier bosschen is de weinig in Eu-
ropa bekende babi-roussa en de aldaar nog minder
bekende sapi - outang.
De mijnen van Popajatoe, op 30 mijlen afstands
van Gorontalo, langs de rivier opwaarts, werden om-
streeks 1770 geopend. Die van Palella, waar ver-
schillende riviertakken den arbeid verligten, zijn zeer
uitgestrekt en rijk aan stofgoud. De rivieren van Go-
rontalo, Palella en meer andere, voeren dikwijls stof-
goud mede, en soms zelfs kleine klompjes gedegen goud
ter waarde van één' of wel twee Rijksdaalders.
In de landschappen Gorontalo en Limbotto zijn de
rijkste goudmijnen; doch de ingezetenen betoonen aldaar
weinig lust tot het goudgraven, hoewel de arbeid in
de mijnen geenszins ongezond is.
Men
i