Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
233-
De Residentie me n a d o.
Deze behoort eigenlijk tot het Gouvernement der
Molukken.
Grenzen en Grootte. Ten noorden grenst zij aan de
Zee van Celebes, ten westen aan Straat Makaiscr,
ten oosten aan de Straat der Molukken en ten zuiden
aan het Gouvernement van Makasser.
Luchtgesteldheid. In de hooge streken frisch en zelfs
koel, zoodat de landwinden in de lager gelegene oorden
en kuststreken, alwaar de hitte soms vrij groot kan
wezen, veel verfrissching aanbrengen.
Bergen. Onder de voornaamste bergen worden gere-
kend de Tello, de Kema, een nog werkende Vuurberg ,
de Klabat, wiens steile piek, tot op omtrent 30 mijlen
ver, uit zee zigtbaar is, en de Mahaboe, een sedert
lang uitgebrande Vuurberg, welks krater thans eene uit-
gebreide vruchtbare kom is. Over het geheel rijst de
grond naar het midden van dit schiereiland, en vormt
eene hooge bergvlakte, die vruchtbaar is en waar vooral
de koffij welig tiert.
. Het goud houdende gebergte vindt men inzonderheid
in het noordoostelijk schiereiland; het eindigt zuidwaarts
omstreeks Prigia, of Parigy. In het district Gorontalo
heeft men mijnen in de gebergten van Popajatoe, Ba-
toe - Doelang, Daloda - Joenoe, Banboeloe, Ankahoeloe
en Pogiama. Verder zijn er de goudbergen Palella,
Boewoel en Tontolie, behalve nog de mijnen van Molose-
pit, Tolodinkie, Lemboeno, Sousso en Tamparana, als-
mede die te Wongo en Tomoilas, of Tomolitas. Niet
dan in de nabijheid van rivieren kunnen mijnen aangelegd
worden, dewijl voor.de goudwassching het water naar
de mijn moet geleid worden. Zonder dat de waarzeg-
ger , of Talenga, door aanroeping en bezweringen , de
goedkeuring over den arbeid heeft verkregen, wordt
geene mijn geopend. Soms ontmoet men, reeds ter
diepte van 6 tot 8 voet, het zwarte goud houdende
zand; doch soms ook moet men ter diepte van 12
tot 15 en meer vademen graven, voordat men dit zwarte
zand vindt.
Rivieren en andere wateren. Het meer van Tonda-
no , ook wel het meer van Kakas genoemd, ligt in het
landschap Manakassa, een hoog bergland, op nage-
noeg aooo voeten boven de zee, en heeft van het
P 5 noord-