Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
252-
hier groeit, wordt door de Boetonnezen tot kleedjes
verwerkt; er is ook scheepvaart en visscherij.
Aan den mond der rivier Boeton bezaten de Neder-
landers, in de 17de eeuw, het fort Djangan- Kata,
of Kik-niet, toen, in 1665, de Makassaren, ver-
scheidene duizenden, volgens sommigen wel icooo
man sterk, het eiland vermeesterden. De Nederland-
sche bezetting van Djangan- Kata wederstond zeven
stormen; doch geraakte eindelijk door eene heldhaftige
verdediging uitgeput. Het gelukte dus den vijand, het
fort binnen te komen; maar nu lieten zich de Neder-
landers met de naar binnen gedrongene Makassaren in
de lucht vliegen!
Het gebied van den Sultan van Boeton bepaalt zich
niet enkel tot Boeton en Moena, of Pangasane, maar
strekt zich uit over een aantal eilanden, daaromstreeks
gelegen, waaronder Kambyna, en nabij Moena de eiland-
jes Groot' en Klein ■ Tobia , Tikola enz. Zij beslaan ,
zegt men, gezamenlijk eene oppervlakte van 900 vier-
kante mijlen, met eene bevolking van ten minste 500000
zielen, deels Mohammedanen, doch meest Heidenen,
welke alle in den reuk staan van verraderlijk en plun-
derziek te zijn.
In de eeuw was er, behalve die te Bolio, nog
een Posthouder aan de groote bogt op de oostkust;
doch het is onzeker, of deze zijn verblijf hield aan
de Zonnebaai, in het noorden, of aan de Dytaalbaai,
in het zuiden dier bogt. Deze geheele bogt wordt
veelal Dwaalbaai genoemd, omdat verscheidene sche-
pen , daar eenmaal vervallen, er maanden hebben moeten
doorbrengen, en zich nog gelukkig mogten rekenen, als
zij er met de westmousson weder uit konden komen.
Vele zeevaarders houden tegenwoordig de vaart ten
oosten van Boeton voor veiliger en korter dan Straat
Boeton. Deze levert echter een goed vaarwater op,
dat, vooral wanneer men de oostkust van Celebes wil
bezoeken, de voorkeur verdient. Aan den noordelijken
en zuidelijken ingang van Straat Boeton is eene engte,
waar men, of steile, loodregte rotswanden heeft, of
hoog en boomrijk kalkgebergte. In het midden verwijdt
zich de straat, en heeft zij een' goeden ankergrond.
De zee tusschen Boeton en de Archipels der Wangie-
Wangie en Toekan - Bessie - Eilanden wordt veelal de
Boeton-Zee genoemd.
De