Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
251-
Met het naburige Varkens • Eiland, rekent men de
oppervlakte van Saleijer op 200 vierkante mijlen, en
de bevolking op 130000 zielen, die in landbouw,
paardenfokkerij en visscherij hun bestaan vinden. De
grond is bergachtig en boschrijk, doch levert, behalve
jati-hout en i^atoen, een' overvloed van leeftogt,
varkens en herten.
Tusschen de noordpunt van Saleijer en den Hoek van
Biera, of Lassoa, op Celehes, vindt men de Saleijer-
straat , welke door het Noor der-, Middel- en Zuider -
Eiland in twee vaarwaters verdeeld wordt, dewijl er
tusschen het Noorder - Eiland en Celebes, als ook tus-
schen het Zuider' Eiland en Saleijer, geen doortogt is.
Het vaarwater tusschen het Middel- en Zuider - Eiland
wordt voor het veiligste geacht, hoewel ook dat be-
noorden het Middel-Eiland gebruikt wordt, wanneer
men kort langs het Middel- Eiland, dat steil uit de
diepte oprijst, moet houden. Straat Saleijer wordt steeds
voor gevaariijk gerekend; maar nog altijd verkozen
boven het vaarwater bezuiden Saleijer, dat, van wege
de menigte klippen, nog veel gevaariijker te achten is.
De zoo even genoemde drie eilandjes, in Straat Sa-
leijer gelegen , worden niet zelden tot de Saleijer-
groep gerekend; doch meer gewoonlijk dragen die ei-
landjes , tusschen de noordpunt van Saleijer en Hoek
van Biera liggende, den naam van de Boezeroenen, of
Boegeroenes.
Het Eiland boeton of de boeton-eilanden.
Bolio ,. of, volgens sommigen, Goesong, de hoofd-
plaats van den Sultan der Boeton - Eilaiüen, ligt op
een' steenachtigen , stellen heuvel, en is omringd door
een' hoogen muur van klipsteen. De stad is volkrijk,
en de huizen zijn op palen gebouwd. In hare nabijheid
is de mond der rivier Boeton, alsmede de zuider - engte
van Straat Boeton; zij heeft eene reede en veilige
ankerplaats, welke door het eilandje Loy/oe-Loy/oe exi
de Kadatoewan- Eilandjes gedekt is. In de iS^e eeuw
bevond zich hier een Nederlandsch Posthouder.
De omstreken van Bolio zijn zeer volkrijk; men
bouwt er veel rijst, patatoes, oebie (zekere wortel,
welke tot voedsel gebruikt v/ordt) enz. Er zijn geiten,
wilde zwijnen , hoenders , eenden enz. Het katoen , dat
P 4 hier