Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
250-
De baai zelve, waarin men, veelal, goeden ankergrond
en veilige ligplaatsen vindt, wordt niet alleen Palos,
of Parlow , genoemd, maar ook, doch zelden , Baai
Omocy/icla, oï Unsuwicla, meermalen echter Baai van
Kayclie. Door de laatste benaming nogtans loopt men
gevaar van verwarring met de ruime baai van Kayelie,
op het eiland Boero.
Hieromstreeks treft men veel landbouw aan, waardoor
rQst en andere leeftogt in overvloed voorhanden is. Ook
zijn er wilde zwijnen, herten, runderen en gevogelte.
In de nabijheid heeft men goud- en ijzermijnen, die
echter weinig schijnen bewerkt te worden.
Tontolie ligt aan eene goede baai, en is daardoor
zeer geschikt voor scheepvaart en handel. f)e Sultan
van Tontolie leverde in de iS^e eeuw het goud zijner
mijnwerken te Menado; doch sedert hield de goudwas-
sching hier op, en heeft de Sultan het voordeeliger ge-
oordeeld, met de zeeroovers gemeene zaak te maken,
en hun eene veilige schuilplaats te verleenen. Deze
zeehaven werd op die wijze een zeerooversnest, en om
deze reden kwam, in September, 1822, de Kapitein ter
Zee de Man met eenige vaartuigen voor Tontolie,
vermeesterde de batterijen, vernielde het vlek, met de
dalem des Sultans , en stak meer dan 30 roofpraauvven,
en eene menigte klein vaartuig, in brand. Daeng
M a t 0 n a van Kalangkangan werd er als Regent gela-
ten ; doch in het volgende jaar kreeg de Sultan vergiffe-
nis, en werd hij in het bewind over Tontolie hersteld.
Behalve goudstof, worden hier ook fijne katoenen
kleederen vervaardigd; tevens vindt men er onderschei-
dene tot verschillend gebruik geschikte houtsoorten. De
visscherij levert karet en tripang.
Het Eiland s a L e ij e r.
Bontobangan is deszelfs hoofdplaats , en de zetel van
den voornaamsten Regent onder de kleine Vorsten, of
Radja's, die over het eiland Saleijer het gebied voeren.
Zij ligt in het gebergte, en strekte voorheen ook tot
verblijf van eenen Assistent-Resident. De tegenwoordi-
ge Gezaghebber houdt zijn gewoon verblijf in het fort
Defensie, op de oostkust. De Radja van Bontobangan,
zoowel als de andere Radja's van het eiland, erkennen
onderworpen te zijn aan het Nederlandsch Gezag.
Met