Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
die, in verscheidene dorpen verspreid, veel tam vee
en gevogelte houdt. Nieuw-Boni is anderhalve mijl
verwijderd van de baai, waar Badjoe, de eigenlijke
haven der hoofdplaats, aan den mond der rivier ligt.
Tot Badjoe, bijzonder geschikt voor den handel, rekent
men de dorpen Borobo , Bena en Tipolie te behooren.
De heergchzucht van het Hof van Boni gaf, tijdens
het Britsch tusschen - bestuur , aanleiding tot vijandelijk-
heden, welke in 1816 eindigden met het overrompelen
van Nieuw • Boni en het in brand steken van het paleis
des Sultans door den Majoor Dalton. Kort daarna,
toen Makasser weder aan Nederland was teruggegeven,
bleek de vijandige gezindheid van dat Hof nogmaals, en
vertoonde zich meer en meer, vooral, nadat, in 1823,
de kroon, door het overlijden des Sultans, in handen
eener Vorstin was overgegaan. Zonder de minste rede-
nen daartoe te hebben, begon Boni in 1824 den oorlog,
en had reeds velerlei maatregelen tot aanval en verdedi-
ging genomen. Badjoe onder anderen was langs het
strand voorzien van eene uitgestrekte linie batterijen,
bezet met ongeveer 60 stukken geschut. Doch nu werd.,
op het einde van het jaar 1824, eene krijgsmagt onder
bevel van den Generaal - Majoor van Geen van Java
naar Celebes gezonden, die den aysten Maart, 1825, de
uitgebreide en met kunst aangelegde versterkingen van
Badjoe aantastte. Vóór het aanbreken van den dag
begon de aanval, en des morgens, ten negen ure, wa-
ren al de batterijen met geschut, buskruid, kogels enz.,
zoowel als een aantal vaartuigen, in de handen der Ne-
derlanders. Onder de vlaggen was er eene, welke als
het palladium der Boniërs beschouwd werd. De hoofd-
plaats zelve , door de bewoners verlaten, werd op den
josten Maart aan de vlammen opgeofferd, welk lot ook
'Badjoe getroffen heeft.
Van de vorige hoofdstad van Goa, of Makasser, ook
Goa geheeten, welke zich van Hoek Pannekokan tot aan
Hoek Pandang uitstrekte, en, behalve de beide forten
Pannekokan en Pandang, het sterke kasteel Samboepoe
bezat, is thans niets meer overig. Het tegenwoordige
Goa is een onbeduidend vlek, omtrent drie mijlen ver-
der , binnen's lands gelegen, waarin de dalem des Sul-
tans bijna het eenige voorname gebouw uitmaakt.
De Vorstelijke graven worden niet ver van hier ge-
vonden; zij zijn voorzien van een spits toeloopend
koe-