Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
iS
voor hem , die met de inboorlingen van Jaya moet om-
gaan. Lubok, Balie en Lombok hebben, met meer of
minder onderscheid van tongval, dezelfde taal; tevens
hebben de vroegere veroveringen der Javaansche Vorsten
op Sumatra, Borneo en elders in die Landen meer
of minder overblijfselen van derzelver taal achtergelaten.
Deze taal is zeer rijk, inzonderheid aan zinverwante
woorden. Sommigen onderscheiden het Javaansch in
twee, anderen in meer taaisoorten, welke alle bij het
onderlinge verkeer der Javanen te pas komen. Bij de
Javanen spreekt namelijk de meerdere tot den mindere
eene geheel andere soort van taal, dan de laatste tot den
eersten. Zelfs wordt getwijfeld, of die beide onder-
scheidene wijzen van zich uit te drukken wel, eigen-
lijk gezegd, twee tongvallen van dezelfde taal zijn, en
of niet beide, voor een groot gedeelte althans, in den
grond twee geheel onderscheidene talèn zijn.
Om het Javaansch grondig te kennen, behoort men
zich de verouderde Kawi- (dat is dichter-') taal mede
eigen te maken. In deze taal is bijkans de geheele Ja-
vaansche literatuur, die niet onbelangrijk is, oorspronke-
lijk opgesteld. Dit Ka\ii is niets anders dan het oud-
Javaansch, maar waarin eene groote menigte woorden ont-
leend is uit het Sanskrit (de verouderde thans enkel
geleerde taal van Hindostan), zoodat de studie van
het Javaansch zelfs tot die oude taal henenleidt, en
tevens, doch slechts in geringe mate, tot het Ara-
bisch, waaruit, sedert de komst der Arabieren op
Jaya, enkele woorden in het Javaansch zijn opgenomen.
Het Nederlandsche Gouvernement heeft te regt de be-
oefening der Javaansche taal van zoo veel belang gere-
kend voor de Ambtenaren, wier werkzaamheden hen
met den inlander in onmiddellijke betrekking brengen,
dat sedert 1832 te Soerakarta een Instituut voor de Ja-
vaansche taal is opgerigt, waar de kweekelingen zich
tevens met de zeden, gebruiken, regtspleging en rang-
verdeeling des Javaanschen volks moeten bekend maken.
3. De Soendasche taal. Behalve het Javaansch, dat
eigenlijk de taal is der bevolking ten oosten van de ri-
vier Lossarie, bestaat er ten westen dier rivier eene
andere taal, welke ook op Sumatra, bepaaldelijk in de na-
bijheid van Straat Soenda, inheemsch is. Die taal is tot
heden bij den Europeer zeer weinig bekend geweest, en
bezit, naar het schijnt, geene letterkundige overblijfselen^
4.