Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
214-
ten bewijze kunnen strekken van eene hoogere bescha-
ving , welke de bevolking in het zuiden des eilands,
vooral langs Straat Makasser, moet hebben onderschei-
den. Door vlugheid van bevatting, en door kunstvaar-
digheid (enkele overblijfselen van bouwkunst bewijzen
dit), munten de Celebezen in het algemeen boven vele
andere volken van den Archipel uit, zoodat, bij een
geregeld Bestuur, dat meerdere veiligheid aan personen
en bezittingen kan verzekeren, ook in kunsten en we-
tenschappen niet weinig van hen te verwachten is.
§ 9. Taal. Bij gebrek aan genoegzame kennis hier-
omtrent, is het niet mogelijk, de verschillende talen,
welke op dit eiland gesproken worden, op te geven.
Denkelijk zijn zij, over het geheel genomen , met het
Mangaraïsch , of ook, op de oostkust, met het Ho-
wamohelsch verwant. Het Makassaarsch is een tongval
van het Boegineesch, of de eigenlijke taalstam. Volgens
sommigen is het Makassaarsch niets dan een , door
vreemde inmengselen verbasterd Boegisch; het verschil
van uitspraak is, hier en daar althans, zeer gering.
Er schijnt geene overeenkomst te bestaan tusschen het
Boegisch en Maleisch, alhoewel de talen, op Celebes
gesproken , naar het gevoelen van eenige deskundigen ,
van het Maleisch zijn afgeleid. De Makassaarsche taal
strekt haar gebied uit langs de zuidkust, en voorts ten
westen van de bergketen tot omstreeks het Rijk Tanette.
Tot het gebied der Boeginesche taal behooren, van
Tanette af, de Staten van Mandhar op de westkust,
en voorts, ten oosten van het gebergte, de Staten van
Boni, van Wadjoe, van Loehoe, en zelfs gewesten
verder noordwaarts gelegen.
§ 10. Middelen yan Bestaan. De landbouw levert
voornamelijk rijst, jagong en boonen op. Door de
vruchtbaarheid van den grond heeft men zelfs eenen zeer
goeden rijstoogst op de drooge rijstvelden (ladangs);
ook geeft men zich zelden, behalve in het zuiden, de
moeite, om natte rijstvelden aan te leggen. De jagong
tiert zeer welig, en het gewas is in versciieidene gedeel-
ten des eilands overvloedig. Waar men, uit onverschil-
ligheid voor den landbouw, noch rijst, noch jagong
bouwt, behelpt men zich met boonen, of met hetgene
de onderscheidene palmsoorten opleveren. Hoornvee vindt
men overal in het noorden, en paardenfokkerij in het
zuider-schiereiland, waar groote kudden paarden worden
aan-