Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1112-
Wangs (korte zwaarden), geweren en lilas , ook in het
aanleggen van bintings (versterkingen, hoofdzakelijk van
paalwerk) leggen zij veel vernuft aan den dag. Als
kooplieden, vooral buiten het eibnd, zijn de Boegine-
zen en Makassaren, doch vooral de eerste, zuinig ,
eerlijk en trouw.
Op hunne padoewakans, of handelvaartuigen , wordt
gewoonlijk aan alle schepelingen , naar mate van derzel-
ver rang, eenige ruimte toegestaan, welke deze ge-
bruiken , om goederen ten verkoop mede te voeren, of
aan een' hunner medeschepelingen verhuren. Worden
zoodanige vaartuigen door een' zeeroover aangetast,
dan bestaan zij liever het uiterste, dan dat zij zich
aan de overmagt onderwerpen; want zoo zij, in weer-
wil van hunne hardnekkige verdediging, daarbij te kort
schieten, zoo laten zij zich eerder in de lucht vlie-
gen, dan zich over te geven. In sommige gedeelten,
als onder andere in het gebied van Wadjoe, waar men
door handel en ook door nijverheid zijn bestaan zoekt,
hebben vele ingezetenen hunne woningen versterkt, o_m
zich tegen de geweldenarijen der Grooten in veiligheid
te stellen. Tot aanval en verdediging maakt men op
Celebes niet enkel gebruik van vuurwapenen, krissen en
pieken, maar ook van vergiftigde blaaspijltjes, waar-
mede zij op 40 en meer passen hun doel weten te tref-
fen. De Makassaren en Boeginezen zijn dapper ter zee,
en te land. Zij rijden te paard zonder kussen of za-
del , en zijn uitmuntende ruiters.
De hoogere rangen zijn aan velerlei ondeugden , ook
aan het dobbelspel overgegeven. Zij rooven hunne land-
genooten , om hen als slaven naar elders te vervoe-
ren, en uit den verkoop winst te trekken. Toen die
slaven nog op Java mogten ingevoerd worden, kocht
men er zoowel vrouwen als mannen, die wegens hun-
ne geschiktheid, bekwaamheid en snedigheid geacht,
maar tevens gevreesd waren om hunne wraakzuchtige
inborst. De huisslaven der Makassaarsche en Boegi-
nesche Grooten worden zeer goed behandeld, als le-
den van het gezin beschouwd en slechts hoogst zelden
verkocht. Doodslag wordt wel door boete aan den
Vorst afgekocht, en deze is altoos hooger, naar mate
het aanzien van den moordenaar grooter is, doch is
alleen af koopbaar, wanneer men iemand van gelijken
of minderen rang vermoord heeft. Die afkoop verhin-
dert