Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
211-
met het rund, maar met achterovergebogene dikke iio.
rens; voortreflelijke paarden , runderen , bufFels , var-
kens , wilde zwijnen en veel herten , velerlei aapsoor-
ten , neushoornvogels, papegaaijen en kakketoeën, groo-
te vleêrmuizen en eene groote menigte kaaimannen; onder
de slangen de boa-constrictor, wel van 25 voet lengte,
de cobra - kapella enz.
c. Delfstoffen. Goud, ijzer, koper, tin, steenko-
len , salpeter, verschillende marmersoorten en porse-
leinaarde.
§ 5. Inwoners. Behalve de reeds genoemde Makassa-
ren en Boeginezen, vindt men de Bergbewoners, in het
noorden Alfoeren genoemd, die zeer rustig en arbeid-
zaam zijn, en in het zuidelijke schiereiland door de Ma-
kassaren en Boeginezen nagenoeg als slaven behandeld
worden. Zij, die in het noorden van Celebes wonen,
kunnen tot bewijs verstrekken, dat het weinig moei-
te zou kosten, om deze menschen tot meerdere bescha-
ving te brengen. In de beide middelste schiereilanden
maken deze Orang Goenong een groot gedeelte der
bevolking uit; talrijk zijn ook de Orang Laut, bg
de Makassaren Todjonezen, of liever Toeridjeniks ge-
noemd , die, of steeds op hunne vaartuigen leven,
of op de kleine nabij de kusten gelegene eilandjes,
of zelfs op de kust woonachtig zijn. In het zui-
den van Celebes generen zq zich mede als visschers,
of als schepelingen ter koopvaardij enz.
Deze Toeridjeniks, of Lauts (waterbewoners), leven
vreedzaam, en zijn over het geheel zelfs vreesachtig en
schuw. Onder de Makassaren zijn, naar men zegt,
meer zeeroovers dan onder de Boeginezen. Hoezeer
voor het overige beide natiën in eene hooge mate
wraakzuchtig zijn, is echter de Makassaar behendig
genoeg, om zijn' dorst naar wraak te ontveinzen. De
Grooten zijn bq beide verraderlijk en bloedgierig te-
vens ; zij stelen des avonds, of op afgelegene plaat-
sen , zoowel jongelieden van beide kunne als volwas-
senen , die zij, totdat de aankomst van een vreemd
slavenvaartuig gelegenheid tot verkoop geeft, weten te
verbergen. Komt men hun op het spoor, en vreezen
zij voor ontdekking, dan nemen zQ hunne toevlugt
tot den moord der gestolenen.
§ 6. Zeden tn Gewoonten. In het weven van ka-
toenen stoffen, alsmede in het vervaardigen van kle-
O 2 wangs