Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
211-
bestaat uit een aantal wijken, meestal op het eiknd,
doch ook gedeeltelijk op den tegenoverliggenden oever.
Onder de eerste behoort Amerongen van Tuijl, waar
eene schans is, onder de laatste de Vriesche wijk, waar
de meeste bedrijvigheid heerscht.
Groote schepen kunnen tot voor Tatas opzeilen. Iets
lager in de groote rivier bestond, op het eilandje Kam-
bang, anderiialve mijl van Tatas, het fortje Prins Fre-
derik, doch men heeft dit laten vervallen.
Martapoera, volgens sommigen ook Boemie-Kint-
janie genoemd, ligt vijf mijlen hoogerop aan de rivier,
en strekt tot verblijf van den Sultan, wiens uitge-
strekte kraton, van hooge aarden wallen omringd, aan
de eene zijde door de rivier en aan de andere zijde
door een diep moeras gedekt is. De Resident en de
Zendeling hebben eene goede woning in deze hoofd-
plaats , waar verscheidene Prinsen van den bloede in
onaanzienlijke verblijven huisvesten, en voor het overige
eene talrijke bevolking gevonden wordt.
De inwoners van Martapoera en Tatas zijn Banjere-
zen , Beiidjous, Maleijers, Chinezen en Boegine-
zen; diamantslijperijen, ijzersmelterijen, ijzergieterijen cn
scheepsbouw zijn er de middelen van bestaan.
Van Martapoera naar Tatas vindt men, van wege
den moerassigen grond, geene landwegen; wel zijn er
de zoodanige naar de hoogere streken, als naar Ka-
rang - Itang, drie mijlen verder , en naar Matraman ,
of Mat araman, op zeven mijlen afstands, waar di
Sultans te voren hun verblijf gehouden hebben, en
vele Prinsen van den bloede woonachtig zijn. Nog dik-
wijls begeeft zich de Sultan naar Matraman, dewijl
hij aldaar zijne hertenjagt houdt.
Nagara, of Negara, aan de rivier Marabahan,
ongeveer zestien mijlen van hare uitwatering in de
Groote rivier, met 5000 inwoners. Van wege den
moerassigen bodem staan de huizen op palen. Vele
praauwen , en daaronder die alleen voor deze moeras-
gronden geschikt zijn, worden hier gebouwd, en men
treft er bekwame geweer- en wapensmeden aan.
Eene groote vlakte, nabij Nagara, welke alle ja-
ren in den regentijd onder waterstaat, wordt bij uit-
stek dienstig gehouden voor den natten rijstbouw; een
oud vooroordeel verhindert echter, dat men er op die
wijze een nuttig gebruik van maakt.
Amon-