Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
202-
gendom is geëerbiedigd. Eenige jaren geleden is dit
op eene schitterende wijze gebleken, toen de zwager
en gunsteling des Sultans van Banjermassing, wegens
geweldenarij, ter dood veroordeeld en openlijk is te-
regtgesteld geworden. — Hoe meer de inwoners zich
overtuigd kunnen houden, dat zij in hun wettig verkre-
gen bezit worden gehandhaafd; hoe meer zij het kop-
pesnellen en het eten van menschenvleesch nalaten, en
zich op landbouw toeleggen, hoe meer zich tevens de
welvaart zal ontwikkelen.
Bevolking. Men houdt het er voor, dat de Banjere-
zen zijn voortgesproten uit eene vermenging van Java-
nen , Celebezen en Maleijers met de Beüdjous, en men
ontmoet in hunne taal overblijfselen van het Javaansch
en het Kawi. Inderdaad bespeurt men bij hen blijken
van eene vroegere beschaving; doch voor het overige
staan zij bekend wegens velerlei ondeugden, die ver-
moedelijk grootendeels te wijten zijn aan het drukkende
despotismus , waaronder zij zoo lang gezucht hebben.
Eene eeuw geleden telde men hier een niet onaan-
zienlijk getal Christenen. Sedert echter verwaarloosd,
en aan zich zelve overgelaten, zijn zij langzamerhand
verdwenen. Men meent evenwel, dat onder de Banjere-
zen en onder de Beadjous, die in hec gebied van
Banjermassing op vaste plaatsen wonen, veel neiging
voor het Christendom bestaat. Zij zijn bijna alle Hei-
denen, en onder de kustvolkeren alleen telt men eenige
duizenden Mohammedanen.
In deze streken zijn vele pandelingen, dewijl eene
schuld na verloop van drie of vier maanden verdubbelt,
en het volstrekte onvermogen tot kwijting den schulde-
naar al spoedig dwingt, zich als pandeling aan zijnen
schuldeischer over te geven.
Verdeeling. Hieronder behooren de Poststations te
Schans van Tiiijl, te Marabahan, te Tabenio en aan
de Kween.
De voornaamste plaatsen zijn:
Tatas, een klein eiland, dat eene halve mijl in omtrek
heeft, aan de Kajoetangie en de Kleine Banjer; terwijl,
op korten afstand, eene vereeniging met de Groote
Banjer bestaat. Het fort vormt een' vijflioek, en is
in 1827 van eene nieuwe palissadering voorzien gewor-
den. De Resident en andere Ambtenaren wonen kort
bij het fort. Tatas, ook wel Banjermassing genoemd,
be-