Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
strektlicid van het eiland in het koppesnellen de groot-
ste eer stellen. Door koppesnellen verstaat men, dat
zij eenen vreemdeling of onbekenden voorbijganger on-
verhoeds overvallen , dien het hoofd afliouwen, dat in
zegepraal bij de hunnen brengen, en den schedel als een
blijk van dapperheid in hunne hut ophangen. Die
als koppesneller de meeste menschen van hel leven be-
roofd heeft, is, in hunne oogen, de grootste held.
Men treft onder de Borneoten menscheneters aan, en
hoe minder spoor van landbouw men ontmoet, hoe groo-
ter de waarschijnlijkheid wordt, dat men zich te midden
eener landstreek bevindt, welker bevolking de geringste
gelegenheid tot menschenmoord niet zal laten ontsnap-
pen, om aan dien walgelijken en onteerenden lust te
voldoen.
De Papoes bewonen Nieuw - Guinea , de naburige ei-
landen ten noorden en de naastgelegene eilanden ten wes-
ten ; in den staat van slaverni,) vindt men hen echter
op de meer westelijk gelegene eilanden. Zij vormen een
negerras, dat, bij gebrek aan reinheid, met afzigtige
huidziekten geplaagd is; zij zijn zonder eenige beschaving ,
en hebben, over het geheel, weinig denkbeeld van
landbouw; Deze achterlijkheid treft men vooral aan op
Nieuw-Guinea zelf, inzonderheid aan de westkust, waar
de bevolking zeer verraderlijk is. Aldaar wordt de
vreemdeling, die de kust bezoekt, niet zelden, of open-
lijk of ter sluik overvallen en vermoord; op sommige
gedeelten der kust zegt men , dat de bewoners zich ook
aan het eten van menschenvleesch schuldig maken. Op de
eilanden rondom Nieuw-Guinea is de Papoe minder
verraderlijk en min ruw; daar vooral vindt men
stoutmoedige en bedreven zeevaarders, die in de gunsti-
ge mousson meermalen zelfs de Amboinsche Eilanden
bezoeken, om menschenroof te plegen en de geroofden
in slavernij te houden of te verkoopen.
Of de Timorezen, Bellonezen of Sumbanezen, of hoe
men ook anders de menschen noemen wil, welke de ei-
landen Timor, Sumba, Flores en andere daaromtrent ge-
legene grootere en kleinere eilanden bewonen, met der
daad een' afzonderlijken volkstam uitmaken, dan wel of
zij deels uit Cerammers, Papoes en Maleijers afkomstig
zijn, is niet geheel zeker. Volgens hunne zeden, ge-
bruiken en levenswijze nogtans, schijnen zij, voor het
grootste gedeelte, van die volkeren in wezenlijke opzig-
ten