Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
200-
nog hooger uit het noorden komt, en haren oorsprong
heeft in het gebergte Sakoempang.
In deze rivieren zijn onderscheidene watervallen en
snelstroomen; de Jrineweh, in de rivier Karang -
Itan, of Karang - hang, wordt voor een' der belang-
rijkste gehouden, en levert een heerlijk en ontzagwek-
kend schouwspel op.
Vele natuurlijke kanalen {antassan, ook wel tiroessan
genoemd), waarbij een smalle, soms zeer ondiepe
tak van de rivier uitgaaf, die zich lager daarmede we-
der vereenigt, worden, tijdens den hoogen waterstand,
door dezelve gevormd. iSliet zelden verkrijgt de ri-
vier op die wijze een' anderen loop, of worden de
kanalen aan het benedeneinde opgestopt, en kunnen de
wateren daardoor niet afloopen, zoodat zij zich alsdan
tot grootere of kleinere meren uitbreiden. De voor-
naamste antassan is de Mankattip, ten westen der
Groote rivier, die voor kleine praauwen bevaarbaar is.
Voortbrengselen. De voortbrengselen zijn: diamanten,
in grooter hoeveelheid dan op de westkust, goud, in
Tana - Laut, of de Zee - landen , beter dan ergens op
Borneo, platina, antimonium, steenkolen, ijzer, zinken
tin; dit gedeelte des eilands is dus allezins rijk aan
mineralen. Onder de boomen zijn vele onbekende soor-
ten : de karamaenting , madang, blankirie , sirang , ga-
lam , ijzerhout en velerlei soorten tot scheepsbouw ge-
schikt; ook vele, die gommen en harsen bevatten,
waaronder drakenbloed en aloë. Voorts vindt men er
peper, rijst, kapas en eene menigte fraaije rottan-soor-
ten ; de welige groei der koffijboomen, zonder eenige
zorg, schijnt aan te duiden, dat deze hier te huis be-
hooren; verder heeft men sago-bast, voor de weverijen,
veel zee- en riviervisch , ook walvisch , was , dammer ,
vogelnestjes en bezoar. Te Banjermassing en le Na-
gara maakt men lilas (kleine metalen stukken, die twee-
ponds kogels schieten), geweren en buksen, waarmede
men op 5 tot 600 voeten zijn doel treft. Er is veel
handel in dinding van hertenvleesch, in hertenpezen en
hoorns , welk alles voornamelijk aan de Chinezen ver-
kocht wordt. De herten worden gewoonlijk in perken
gejaagd, met zijden strikken gevangen en dan afgemaakt,
soms van 40 tot 50 tegelijk. Bij groote hertenjagten
worden weieens verscheidene honderd stuks gevangen.
Aan dit vermaak, enkel voor de Vorsten en Grooten,
X ne-