Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
197-
$cl, het eenige overblijfsel van het vroeger zoo groote
en uitgestrekte Rijk Sitkkadana.
Door de rivieren Karbouw en Katapang, ten zui-
den van Simpang, wordt het eiland Kamlang- Kar-
bouw gevormd , waar, in 1829, de Sultan Maitam
zijne voornaamste versterkingen nabij de riviermondin-
gen had aangelegd. Zij werden onder het bevel vaii
den Kapitein ter Zee D i b b e t z , op den cn
gden September, 1829, vermeesterd. Het Rijk werd
aan Radja Akil van Siak, die de Aziatische hulp-
troepen aanvoerde , als Nederlandsch leen , geschonken ,
terwijl het Rijk Matlam den naam van Nieuw- Brussel
ontving.
In de baai van Sukkadana, waarin de rivier Mai-
tam zich ontlast, liggen, nabij de kust, de eiland-
jes Johanna Elizabeth , de Man, Dibbetz , dat de
Dibbetzhaven dekt, waarin, op drie vademen diepte,
goede ankergrond is, en verder de eilandjes de Jager,
d'Anethan, van IJogendorp, van de Poll en Du Bus
de Gliisignies, welk laatste in het noordoosten eene
haven en vrij goeden ankergrond heeft.
Het Rijk Sambas is een van de oudste Rijken
der westkust. De kleine Staten Kalakka en Sariba,
aan de beneden - rivieren gelegen, eenige binnenland-
sche door Dajakkers bewoonde bergstreken, benevens
de mijndistricten van Montrado en Selakou, behoo-
ren onder het gebied van Sambas. Het gezag van den
Sultan is nogtans merkelijk ondermijnd geworden, en
de welvaart zijner inlandsche bevolking verminderd,
eensdeels door de knevelarijen , waaraan zich de Groo-
ten schuldig maken, en anderdeels door de talrijkheid
der Chinesche mijnwerkers in zijn gebied. Deze
toch haken steeds naar onafhankelijkheid en trachten
de Dajakkers aan zich te onderwerpen. Ook vindt
men onder de Aanzienlijken van Sambas, Kalakka en
Sariba velen , die, wanneer zij de gelegenheid gunstig
oordeelen, vaartuigen tot zeeroof uitrusten, met het
oogmerk, om de inlandsche schepen te plunderen cn
de bemanning te vermoorden, of tot slaven te verkoo-
pen.
Sambas is de hoofdplaats der Assistent-Resiilcutie
van dien naam. Zij ligt la mijlen van den mond der
rivier, welke nog verscheidene mijlen hoogerop zich
breed en grootsch voordoet, alhoewel de vaart, hier
N 3 en