Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Rivieren en andere wnteren. De i^ahitan, de Ta-
•waran, die uit het meer Kinie-Haloe komt, de Tam-
pusokb, de Mei, de Laboek , de Amboeni, de Tawoe
enz.
Voortbrengselen. Kamfer, gomlak en andere harsen,
sago, rijst, kokosolie, rottan, dinding van herten- en
buffelvleesch en vogelnestjes; op de naburige banken
tripang en karet; — veel vee in de weiden, in de
bosschen olifanten.
Verdeeling. In de districten Malloedoe, Pahitan,
Pappai en Mangidara , waarvan de beide eerste hoofd-
steden van denzelfden naam, de beide laatste Abei en
Talapam tot hoofdplaatsen hebben.
De voornaamste plaatsen zijn :
Malloeda, of Malloedoe. Deze plaats ligt aan de
westzijde van Baai Malloedoe, alwaar goede ankergrond
is; ook liggen er de schepen veilig, daar de baai
voldoende door Balambangan en Bangui gedekt is. Hier
wonen meest Maleijers en Soloërs. Eenige Chinesche
vaartuigen komen er handel drijven in droogerijen,
gommen , tripang, karet en vogelnestjes. Aan de oost-
zijde der baai is eene parelbank. Te dezer plaats worden
praauwen gebouwd, waartoe men hier zeer geschikte
houtsoorten vindt.
Pahitan heeft handel; Abei eene zeer goede en veili-
ge haven, zoo ook Talapam, en het eiland Tambiesam.
De binnenlanden worden bewoond door Eidaners, zoo
men wil, minder onbeschaafd dan de meeste volkeren
van Borneo. Ook moet onder hen meer landbouw be-
staan.
De Staat kootie
grenst ten noorden aan Tiroen, ten zuiden aan Pas-
sier, ten westen aan de Nederlandsche Residentie der
Zuid- en Oostkust en ten oosten aan de Straat Makas-
ser.
Luchtgesteldheid. Zeer ongezond, vooral voor Euro-
peanen; echter matigen zee- en landwinden de anders
ondragelijke hitte; de kusten staan in den regentijd meest
onder water; het drooge jaargetijde duurt van April tot
September; in den regentijd heeft men er veel stormen
en onweders.
Bergen. Het gebergte dringt zich, hier meer daar
min-