Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
187
Dayos, Lawangang en Doeson, en de kleine Rijken
Amontay, Koesang en Batoe Lietjieng. — Hoezeer de
Sultan van Banjermassing het INederlandsche Ikwind
erkent, zijn echter verscheidene binnen- en bovenlan-
den geheel aan een afzonderlijk gezag verbleven. De-
ze zijn onder den naam van Vorstenlanden bekend,
en bestaan voornamelijk uit Karang-Itan, Matraman,
of Mataraman, vooral uit de uitgestrekte en volkrijke
districten Doekoe-Kirie en Doekoe-Kanan. — Wij
gaan nu de voornaamste Staten afzonderlijk behandelen.
§ 18. Onafhankelijke Staten.
Het Kijk borneo of borneo-proper
ligt aan de noordwestkust, en grenst ten noorden aan
Solo, ten oosten en zuiden aan onbekende Landen, de
Vulkanische bergketen, het Kristalgebergte en even aan
het grondgebied van Solo, ten westen aan Sambas en
verder aan de Chinesche Zee; de grootte is niet bekend.
Luchtgesteldheid. Deze is vrij gematigd; doch aan
de kust is het moerassig en ongezond; de regentijd
duurt van November tot Mei.
Bergen. Weinige zijn er van eenig belang; men heeft
hier de voorgebergten Sisor, Baram en Loepar, be-
nevens Hoek Domilans en andere.
Rivieren en andere wateren. De voornaamste is de
Borneo, die zich in de Baai van Borneo ontlast.
Verder vindt men de Kemanees, de Passara, de Ba-
rulo, of Makka, de Klakkan enz.
Voortbrengselen. Voortreffelijke kamfer, ook antimo-
nium , peper, vogelnestjes , sago, rottan , dammer en
een weinig rijst.
Verdeeling. Onder de Pandscherans, of die tot den
hoogen Adel behooren.
De voornaamste plaats is:
Borneo of Borneo-proper, de hoofdplaats des Rijks,
eenige mijlen opwaarts aan de rivier van denzelfden
naam. De geheele plaats bestaat uit twee tot drie
honderd armoedige bamboezen woningen, meestal aan
de beide oevers op palen gebouwd. Het zoogenoemde
paleis, of dalem,. van den Sultan onderscheidt zich
naauwelijks van de overige woningen. Een weinig
benedenwaarts van deze hoofdplaats ligt, op het eilandje
Tjermien, eene batterij. Nabij den mond der rivier is
eene
I