Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
191-
eenige Nederlanders, de oorsprong nog niet ontdekt. Men
heeft alleen eene breede, diepe rivier gevonden, met
eene gemiddelde diepte van lo tot la vademen, en eene
breedte, soms zoo groot, dat de beiderzijdsche oevers
niet tegelijk zigtbaar zijn. Die rivier stroomt langs de
hoofdplaatsen der kleine Rijken Salat , Sdimbainv ,
Sintang, Stkadoe, Sangoci, Meliouw en Tayang. De
drie genoemde rivieren storten zich door zeven mon-
den , waarvan de Pontianak en de Sintang de aan-
zienlijkste zijn, in de Chinesche Zee. De Mampay/a,
de öambas en de Borneo. hebben, naar men meent,
eene groote lengte. Op de oostkust vindt men de
Kootie , of Koetie, die, gelijk" men verzekert, eene
lengte heeft van meer dan loo mijlen , en de Passier
met eene breede bedding. Op de zuidkust is de Groote
Banjer, Banjermassing, of Banjarmaas (de groote
stroom bij uitzondering, of ook de groote goudstroom),
door anderen, voornamelijk zoo het schijnt door de
inlanders, de Baritto genoemd. Deze stroom verwisselt
meermalen van naam , naar mate van de landschappen,
door welke inj zich kronkelt, en heeft eene bekende
lengte van meer dan 200 mijlen van wege zijne menigte
bogten; in eene regte lijn zou, voor zooverre de loop
van dien stroom bekend is, die lengte niet meer dan
100 mijlen bedragen. Uit het hooge gebergte schijnt
deze rivier af te komen, eerst zuidoostelijk en voorts
zuidelijk te loopen, en verscheidene belangrijke rivieren,
als uit het westen de Djolloi en uit het oosten dsTeewee,
op te nemen, en eindelijk, eene groote delta vormende,
door drie mondingen, de Groote Dajak, de Kleine
Dajak en de Baritto, in zee te vloeijen. Behalve de
Mandawee, aan welke men eene lengte van j6o mijlen
toeschrijft, vindt men nog op de zuidkust, doch aan de
andere zijde van den Shjk- of Vlakke hoek zich ontlas-
tende , de Limandoe, veelal 'de Kotta - Ringensche rivier
genoemd, welke uit het gebergte Raya ontspringt. Ten
oosten van de Groote rivier vloeit op de zuidkust in
zee de Molukko, eene fraaije, breede rivier, en de
Tabenio, of Tabenjon, die veel hooger uit het noorden
komt, en over het geheel, bij geringere breedte dan
de Molukko, eene grootere diepte heeft. .
Onder de' minbekende rivieren, vooral die aan de
noord- en oostkust zich ontlasten, bestaan er waarschijn-
lijk nog, die belangrijk zijn, of door hare grootsche
M 4 wa-