Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1U2
van liout, water en visch, werd, m 1774, door de En-
gelschen , van Benkoelen komende, in bezit genomen, ten
einde, op die wijze, goud van Borneo en Celebes te
verkrijgen, en te gemakkelijker smokkelhandel op de
Moluksche Eilanden en op Nieuw-Guinea te drijven.
De Soloërs, die de Europeërs ongaarne zoo digt bij
zich zagen, rustten eene krijgsmagt uit, en verdreven
de Engelschen, of noodzaakten hen althans, Balam-
bangan te verlaten. Het schijnt, dat de laatste, in den
aanvang dezer eeuw, met even weinig vrucht, eene
nieuwe poging gedaan hebben, om zich op Balam-
bangan te vestigen. Men heeft hier voorts Mallawalei,
Babala - Toelios en J'ambiesam.
c. De Tawie - Tawee, of Solosche Eilanden , vormen
eene schakel, welke in de nabijheid van Borneo's
oosthoek aanvangt en zich tot aan de Basseelaw- of
Mindanao- straat uitstrekt: Beka, Solo en Basseelay/
zijn de grootste; voorts Kaya, Tana-Baloe, Kalei,
Pakakan, of Tarakkan, Pandjang bij Sint - Antonius-
hoek , de Maratoewa- of Venlosche- of Sint - Jansei-
landen , die zoetwater en brandhout liebben, en bezocht
worden, om schildpadden en, op de naburige banken,
tripang te vangen; de Boomige- of Harings- Eilan-
den en de Kleine Paternosters. Pamarang wordt door
sommigen voor een groot eiland gehouden, door anderen
echter als vastgehecht aan de Kust van Borneo; verder
Laut-Poelo, of Groot - Poelo-Laut, een groot eiland,
dat zich tot aan den zuidoosthoek van Borneo uitstrekt,
en door de vrij enge Poelo - Lautsstraat daarvan is
gescheiden. In het noorden heeft het eene diepe baai,
of bogt, en aan den zuidhoek verscheidene eilandjes;
onder deze de Dwaler, naar eenen zadel gelijkende,
aan den zuidelijken ingang van Straat Makasser.
d. Hier heeft men enkel Poelo- Datoe, eene uit zee
rijzende rots, ruw en woest van aanzien, en de Mati-
dawee - Eilandjes.
§ 14. Binnenwateren. Op de westkust vindt men de
Kadawangang en de Katapang, ook wel Rivier van
Mattam genoemd, waarvan de zuidhoek door Tandjong-
Bree wordt gevormd. De belangrijkste rivieren zijn
hier de Simpafig, de , Pontianak en de Sintang, welke
gezamenlijk eene delta vormen van ruim 20 mijlen
breedte. Van de Pontianak, ook wel de Kapoeas ge-
noemd, is, in weórwil der herhaalde pogingen van
ee-