Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
19
De verwijdering van de graven zijner Vaderen valt hem
boven alles smartelijk, en voor hem , die zijnen geboor-
tegrond heeft moeten verlaten, is het denkbeeld, dat
zijn gebeente in het vreemde Land zal rusten, hoogst-
grievend.
De huisselijke inrigtingen zijn eenvoudig, en de le-
t venswijze is hoogst matig. De landbouwer wordt door
j zijne vrouw in den arbeid geholpen. Slechts de rijken
en aanzienlijken hebben meer vrouwen en bijwijven.
De dans van meisjes, door htt gamelang-s^t\ (grootendeels
uit het slaan op bekkens bestaande) begeleid , is voor hem
I een vermaak. Krekel - en hanegevechten lokken hem uit tot
weddingschappen. Het vliegerspel (waarin het touw van
den eenen vlieger dat van den anderen doorsnijdt), steek-
spel en wedrennen, gelijk ook de wayongs en het schim-
menspel (als het Chinesche schimmenspel) , waarin hunne
oude geschiedenissen en overleveringen herdacht worden ,
strekken mede tot uitspanningen voor den Javaan.
Met de Javanen zijn van denzelfden stam de bewoners
van Lubok of Baviaameiland^ van Balie en van Lombok
of Sassak, bij wie echter de gehechtheid aan den ge-
boortegrond minder sterk is en de landbouw op een'
lageren trap staat. — Het gevoelen, dat de Madoere-
zen tevens, met de Javanen, een' gemeenen oorsprong
zouden hebben, wordt door sommigen wedersproken.
Van de Cekbezen is veel minder te zeggen, en even
zoo is het met de andere volkeren of volkstammen, die
den Archipel bewonen. De Makassaren en de Boegine-
zen zijn de voornaamste onder de bewoners van Ccle-
bes, alhoewel de Boeginezen in meer eigenlijken zin de
bevolking van het eiland uitmaken en meer over het wes-
telijk gedeelte van den Archipel verspreid zijn. Men
meent, dat de bergvolken van Celebes en zij, die hier
en daar de oostelijke kusten en de kleinere eilanden
daaromstreeks bewonen, zoowel onderling, als van de
Makassaren en Boeginezen verschillen. Deze houden zich
met de kustvisscherij onledig, gene met den landbouw ;
beide zijn vreedzaam en geenszins wraakzuchtig of bloed-
gierig. Makassaren en Boeginezen zijn rusteloozer,
maar ook vernuftiger en toonen veel zucht voor handel
en scheepvaart. De Makassaren houdt men voor meer
geneigd tot wraakzucht en zelfs voor verraderlijk jegens
een' zwakkeren vijand; voor het overige zijn zij, zoowel
als de Boeginezen, ter zee dapperder dan te land; en
men
z