Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
181-
punt uit; Karimata, of Groot - Karimata, dat veel
grooter is, lieeft in het westen eene ruime haven,
door onderscheidene eilandjes gevormd, en, even als
Soeroeton, in het midden een' hoogen piekberg. De
_ Karimata. groep , bewoond door afstammelingen van
Johorezen, levert aardvruchten, jagong, vogelnestjes,
overvloed van water, brandhout en visch; vroeger
was zij eene onderhoorigheid van Mattam, doch werd
in 1823 aan Nederland afgestaan. In de nabijheid van
Karimata liggen ten oosten en noordoosten verschillende
eilandjes, als: de Oosterlij-groep, de Vogelnest-Ei-
landjes en de Papan - groep, alsmede de Piramide-
en Passage- Eilandjes, De Lima - Eilandjes en de Mc-
lapis - groep worden door Greigs - Passage gescheiden
van het kleine Serie en het grootere Panumbangan, al-
waar , aan de zuidkust, eene kleine baai is, met versch
water, welke in de oost - mousson genoegzame vei-
ligheid aanbiedt. Voorts heeft men hier de Sintm
Barbtrs- en Heilige-Geest Eilandjes, de Boeroe-Ei-
landjes, Lamoekatan , de Sint - Pieters - Eilandjes , de
Tambolang- of Tambelan- of Tamblangs - Eilandjes,
waarvan Tambolang en Boenoa, met eenige kleinere,
eene baai vormen, welke tegen het noorden een' ingang
heeft; en eindelijk de drie Natoena-groepen: de Zuid-
Natoend's, in eene noordnoordwestelijke rigting van
Tandjong- Apie gelegen, en de Noord - Natoena" s, meest
lage en kleine eilandjes, terwijl de middelste Natoe-
na-groep voornamelijk bestaat uit Groot • Natoena , of
Boeng-Oerang, dat 14 mijlen lengte heeft, en op en-
kele punten half zoo breed is; eenige hooge bergen
maken het op grooten afstand uit zee zigtbaar. De
meeste dier eilanden hebben eene Maleische bevolking
en weinig landbouw.
b. De Slakenburger - groep, van welke Slakenburg
en het Brandende - Eiland uit steeds werkzame Vul-
kanen bestaan ; Labowang, voor de Baai van Borneo ,
waar de Engelschen zich, doch te vergeefs, trachtten
te vestigen, nadat zij van Balambangan waren ver-
dreven geworden; Teega , of Tiega , en Balambangan,
dat met Bangui, of Bangi, ten noorden van de Alal-
loedoe-baai is gelegen. Op de zuidoostkust van Ba-
lambangan is eene goede en veilige ankerplaats, deels
beschut door Bangui, deels door de Kust van Borneo,
Balambangan, dat zeer vruchtbaar is en overvloed heeft
M 3 van'
lil "'iiEr