Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
180-
ginnende, en voorts naar het noorden enz. de kust
volgende, ziet men:
a. Op de westkust: Hoek Sambar, of Sambahar,
Mintoberg, Tandjong-Eree, Satty, of Sattey, Padang-
Takar, Hoek van Ola-Ola, van Mampawa, of Tand-
jong-Bakkoe, Mora, of Mocvara , Tandjong-Jpie,
Datoe, of Dattoe, of Noordwestkaap.
b. Op de noordwest-, noord- en noordoostkust:
Tandjong - Sisor, Baram , of Baraon , Lad'ie, Sabaon,
Kienamies , of Teega, Sampanmangio , of Mater , of
Zeeroovershoek , Karpaon , of Mattee, of Kaashoek,
Punt Papat, Hoek Kinabatangan en Oosthoek, of
Hoek Oesang.
c. Op de oostkust: Tandjong - Tapei, of /lugusti-
nushoek , Sint - Antoniushoek , of Taballar, Aart -
Gijsenshoek, of Kaniehongang, welke met de tegen-
overliggende Kaap Donda, of de Twee Gebroeders (de-
wijl dat voorgebergte twee bergtoppen heeft), den ingang
van Straat Makasser vormt, Deutekomshoek, Tand-
jong-Iris, of Ares, of de Klippige hoek, en La,.thoek.
d. Op de zuidkust: Kaap Selatan, of Selatang,
of Zuidhoek, Tandjong- Matatayor, Mandawee, Sam-
pit, en Slijk- of Kijvers- of Vlakke hoek.
§ 12. Zeeboezems. Dezelfde volgorde:
a. Baai van Sukkadana.
b. Baai van Sedang, van Borneo, of Moewara,
van Malloedoe, de Boompjesbaai, Sint - Anna-, of La-
boeksbaai, en Sandakan-baai.
c. De Dwaal- of Darvelbaai, Baai Sint-Lucia,
Sint' Vitsbaai, de Diepe baai, of Tapeandoerian- baai,
de Bogt van Kootie- Lama, de Baai van Baliekap-
pan , de Passier - baai, de Bogt van Kloempang en van
Laut - Poelo,
d. Baai van Banjer, van Mandawee, van Sam-
pit en van Kotta-Ringen.
§ 13. Eilanden. Ook hier dezelfde volgorde:
a. Mankop, of Mankap, omringd door kleine ei-
landjes en klippen, van waar de Mankap-bank zich
ver zuidwaarts uitstrekt; het Lage Eiland, of Mono'
hong, Tompedak, Glam en Brouwers - Eiland, of
Kompal, en Sawie, alle door riffen omgeven, omtrent
Hoek Sambar, kort onder de kust; de Karimata • Ei-
landen, waarvan Karimata en Soeroeton de voornaam-
ste zijn; Soeroeton loopt peervormig ten oosten in eene
punt