Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
178-
geene Godsdienst bij de eigenlijke Borneoten, dan waar
zij met de kustbewoners in gedurige aanraking zijn, of
zelve in de nabijheid der zee wonen. Wel bemerkt
men hier of daar de bewustheid van het bestaan van
een Opperwezen; doch zij beschouwen dit als veel
te verheven, om zich met den mensch te bemoeijen.
Ook erkennen zij de werkzaamheid van zekere gevreesde
geesten; maar zij beweren , dat deze, even als zij zelve,
zich aan alle ondeugden, aan moord- en wraakzucht
overgeven. Onder de strandbewoners vindt men Mo-
hammedanen in naam, en voormaals woonde op de zuid-
kust een niet onaanzienlijk getal menschen, die den
naam van Christenen voerden. De Vorsten, zelfs die
van Arabische afkomst, toonen zich geheel onverschil-
lig , zoowel ten aanzien van de Godsdienst, als omtrent
de zeden en gewoonten der bevolking.
§ 8. Kunsten en Wetenschappen. Deze ontbreken
geheel, alhoewel de liederen vlugheid van geest te ken-
nen geven; ook meent men onder de bevolking eenige
geschiktheid voor de kunsten te bespeuren.
§ 9. Taal. De taal der inlanders schijnt met het
Mangaraïsch verwant te wezen, alhoewel de vier in
naam onderscheidene hoofdstammen in taal van elkan-
der , en ook van het Solosche, dat mede tot de
Mangaraïsche talen behoort, zeer wezenlijk afwijken.
Op de zuidkust wordt eene taal gesproken, welke
denkelijk eene vermenging is van het Beadjousch, met
het Javaansch , Boegineesch en Maleisch. Op de oost-
kust spreekt men Boegineesch "en op de westkust
Maleisch.
§ 10. Middelen van bestaan. De landbouw is ge-
ring, en in vele streken geheel onbekend. Men vindt
evenwel rijstbouw, koffij en peperteelt, ook katoenteelt,
doch meer visscherij en jagt, vooral van herten, waarvan
het gedroogde vleesch (dinding) , de pezen en hoornen
worden uitgevoerd ; ook sago , kamfer, de beste soort
namelijk, benzoin, drakenbloed, aloë, hars of dam-
mer , goemoetie, touw, rottan en matten van rottan.
De voornaamste middelen van bestaan leveren echter
de mijnen. De goudmijnen worden inzonderheid door
Chinezen bewerkt; op de westkust vooral zijn het de
mijnen van Mandor en Montrado, en op de zuidkust
die van Paleari en Laut - Poelo, waarin het goud,
veelal ter diepte van 5 of 6 voet, in beddingen, ter
breed-