Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
177-
Grooten , cn bij hen zeer geliefd. In het schijfschieten
met de buks zijn zij zeer ervaren. Er zijn" spelen,
die met de trom en andere muzqkinstriimcntcn cn ge-
zang begeleid worden. Bij sommige spelen dansen
mannen en vrouwen, alleen vermaakshalve, cn wor-
den weleens liederen gezongen , die voor dc vuist ge-
maakt zijn.
De Maleijers, die hier uit Sumatranen, Linganezen ,
Riouwers en Johorezen bestaan , zijn, in het algemeen ,
verraderlijk van inborst, en geneigd tot zeerooverij. Zij
drijven tevens handel.
De Chinesche kustbewoners zijn werkzaam , en vin-
den doorgaans hun bestaan in handel of nijverheid; zij
onderhouden veelal betrekkingen met hunne landgenoo-
ten in de mijndistricten, die zij van het noodige voor-
zien. Deze laatste, in Congsies of maatschappijen ver-
deeld, werken in de mijnen; die ongehuwd zijn,
leven daar, in een zelfde gebouw, onder lumne Op-
perhoofden bijeen. Onder de mijnwerkers heeft men
meest Quantongsche Chinezen, welke zich ook hier
door woelingen en krakeelzucht doen kennen.
De Wadjorezen en Boeginezen onderscheiden zich
door arbeidzaamheid, zuinigheid en eerlijkheid; zij zijn
kooplieden, stoute zeevaarders en onverschrokken vis-
schers , die zich in kleine vaartuigen tot op verren af-
stand wagen , om tripang en schildpadden te vangen.
De Arabieren, die zich als een bevoorregt geslacht
en boven alle anderen verheven achten, zijn geldgierig,
arglistig en heerschzuchtig.
Oorlogvoeren is, bijzonder omstreeks de zuidkust,
te midden van de vele moerassen en overstroomde lan-
den, der bevolking zeer eigen. Eene, te dien einde,
in zoodanige landstreek , aangelegde versterking bestaat
gewoonlijk uit eene zware dubbele palissadering, hoog
boven den grond uitstekende, en in de tusschenruimte
met kort hout opgevuld. Aan de binnenzijde, onder
de galerij, van waar men zijnen vijand bestookt, hou-
den de verdedigers hun verblijf. In het midden is
de sterkte geheel uitgegraven en vormt eene waterkom.
Tot den aanval bedient men zich van kleine, ligte
praauwen; doch deze zijn niet zelden van weinig dienst,
dewijl de vijanden zich veelal vergenoegen met liet
vernielen van dorpen, vruchtboomen en veldvruchten.
§ 7. Godsdienst. Er bestaat, zooverre men weet,
M ,a;''C-