Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
181-
den door de bevolking zoo verraderlijk cn vijandig be-
handeld , dat zij zicli gedrongen vonden, hunne han-
delsbetrekking spoedig weder op te geven.
Na het jaar 1816 heeft het Nederlandsche Rescuur
van Java, ten verzoeke der Vorsten van de zuid-
en westkust, de vroegere betrekkingen aldaar hernieuwd.
Het gezag van Nederland schijnt er tegenwoordig zoo-
veel te hechter gevestigd, als de Vorsten zelve de
overtuiging hebben, van te kunnen rekenen op bescher-
ming tegen weerbarstige Grooten, of wel tegen heersch-
zuchtige of muitzieke vreemdelingen. Tegelijk echter
worden de Vorsten door het Nederlandsche Gezag in
vele opzigten beperkt, zoodat de inlandsche volkeren,
evenzeer als de kustbewoners, zich meer en meer ver-
zekerd kunnen houden, dat zij gevrijwaard zi^jn tegen
geweldenarijen, en gehandhaafd worden in het genot
van regtmatig verkregene bezittingen.
§ I. Ligging en Grenzen. Tusschen 109° cn 119°
oosterlengte van Greemvieh , en tusschen 4° 7' zuider-
en 6° CLi' noorderbreedte; Borneo heeft dus eene
breedte van 10° 28'. In het westen is de Karimata-
en de Chinesehe Zee, in het noorden de Chinesche
en de Solosche, of Soeloesche Zee, in het oosten de
Solosche, of Celebesche Zee, en de Straat van Makasser
en in het zuiden de Soendasche, of Javasche Zee.
§. 2. Uitgestrektheid en Bevolking. Het eiland heeft
eene vrij regelmatig loopende oost-, zuid- en westkust,
gelijk ook eene noordwest- en noordoostkust, zoodat
slechts eene geringe noordkust overblijft. Borneo wordt
berekend op 25600 vierkante mijlen. Zoo ergens, dan
is hier eene opgave van bevolking geheel onzeker; bij
raming zou dezelve kunnen gesteld worden op 6000000
zielen, van welke 2000C00 tot 2500000 onder Neder-
landsch Gezag leven.
§ 3. Luchtgesteldheid. De hitte is niet zoo druk-
kend, als de ligging onder de linie zou doen vermoe-
den. Wel zijn de kusten, die door Europeërs bezocht
worden, laag en moerassig, en hebben zij een' vochti-
gen dampkring en aanmerkelijke hitte, welke des nachts
min-