Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
borneo.
\
Inleiding,
Uit eiland, dat, van wege de uitgestrektiieid zijner op-
pervlakte , weieens niet onder de eilanden geteld wordt,
lieet, volgens sommigen, eigenlijk Kalimania. De naam
van Borneo, daaraan gegeven door den eersten Neder-
landschen Zeereiziger om dc wereld (01 i vier van
Noord), die het in December, 1600, bezocht, wordt
alleen als eene verbastering beschouwd van Braunie of
Bronch , den naam van het Rijk, dat thans nog be-
paaldelijk Borneo of Borneo-proper iieet,
Neerat men deze uitgebreidheid en de bijzonder groote
vruchtbaarheid van dit eiland in aanmerking, zoo is het
te betreuren, dat zulk een Land zoo weinig bevolkt is,
maar vooral dat de meerderheid der bevolking op een'
zoo lagen trap van beschaving staat, en het moet een'
ieder met weedom vervullen, wanneer hij beseft, dat
het grootste gedeelte dier bevolking nagenoeg van alle
denkfold van Godsdienst schijnt verstoken te zijn.
Daar de bewoners te niidde-n der digte bosschen van
de binnenlanden leefden, kwamen zij te minder in aanra-
king met hen, die, door den rijkdom der Natuur uitge-
lokt , zich langs de kusten hadden nedergezet, terwijl
hunne schuwheid ben van deze verwijderde, en daarbij
hunne met alle beschaving strijdige gebruiken de Javanen,
Celebezen en Maleijers, die langs de riviermonden zich
ves-