Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
Banka
ligt ten westen der groep en bevat:
Muntok, de hoofdplaats. Het fort, door de Engel-
schen gesticht, ligt op een' platten heuvel, en strekt
tot verblijf aan den Resident. De vroegere klagten
over de ongezondheid dezer plaats hebben sedert eenige
jaren opgehouden; doch zij is voor het overige van
weinig belang. Eene bank verdeelt de reede in bin-
nen- en buitenreede. De handel is gering, en levens-
middelen , vleesch, groenten, hoenders enz. zijn alle
schaarsch en duur.
Toeboalie. Dit fort ligt op eene uitspringende rots,
en is bestand tegen een' inlandschen vijand. Het wordt
bewoond door den Militairen Kommandant en den Ad-
ministrateur der tinmijnen. Een klein dorp ligt nabij
hetzelve. De kust is hier ter plaatse omzoomd met
klippen, en de schepen moeten op vrij grooten afstand
van den wal ten anker komen. Van hier werd voor-
maals veel smokkelhandel in tin gedreven.
Het eiland levert velerlei houtsoorten op, geschikt
voor scheepsbouw en kastenmakerij. De voornaamste
opbrengst bestaat in de tinmijnen, welke, bijna uitslui-
tend , door Congsies, of vereenigingen van Chinezen,
volgens contract met het Gouvernement, bewerkt wor-
den. Soms geeft de erts tot 90 ten honderd tin;
levert dezelve echter minder dan 30 ten honderd,
dan wordt de mijn verlaten. De mijnen zijn in
drie soorten verdeeld, naar mate de erts op meerdere
of mindere diepte gevonden wordt; de grootste diepte
van bewerking is 30 voet; maar de erts wordt ook
soms even onder de oppervlakte van den grond aange-
troffen. De opbrengst bedraagt tusschen de 35000 en
40000 pikols tin 'sjaars. Het tin wordt in blokken
of schuitjes van een half pikol gegoten, en ieder blok
met het merk van de mijn en van het mijndistrict
voorzien. Ieder dier districten heeft een' Administra-
teur, die met het toezigt over de mijnen en de
behoorlijke ontvangst van het tin belast is.
Billiton
ligt aan de Javasche en Chinesche Zee en de stra-
ten van Karimata en Gaspar; daarin:
Tand'