Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
165-
bergwerkers; zij staan op een' Iioogeren trap van be-
schaving , dan men bij menschen, die zoo weinig ver-
keer met andere volken hebben, zou verwachten. Trou-
weloosheid en andere ondeugden bestaan alleen bij de
Hoofden; de onderhoorigen zijn, uit vrees voor de
onderdrukking en onregtvaardigheid der Dorps- en Dis-
trictshoofden, eenigermate schuw. De Sekats leven
aan boord hunner vaartuigen; zij zijn grof gespierd,
ruw en onbeschaafd, zoodat men zou denken, dat zij
tot een' an leren stam behoorden. Het is echter niet
onwaarschijnlijk, dat deze ruwheid een gevolg is van
hunne gewoonte, om geheel afgezonderd en van geslacht
tot geslaciit als op de baren te leven. Chinezen van
Fükieu en Qiiantong zijn op Banka talrijk; het getal
Maleijers is geringer. — Op Billiton vindt men geene
Chinezen en ook weinig Maleijers.
§ 6. Zeden en Gewoonten. Amfioen schuiven,
dobbelspel en hanegevechten zijn in zwang bij de
Hoofden, doch zeldzaam bij de geringeren. De joejoer,
zoowel als de onderdrukking, waaraan zich de Hoof-
den schuldig maken, werken mede, om de huwelijken
en de vermeerdering der bevolking tegen te gaan.
Onder de Sekats schijnt de joejoer niet te bestaan.
Deze waterbewoners laten zich door de Hoofden tot
de zeerooverij, als eene gewone broodwinning, aan-
werven; zij worden door die Hoofden van het benoo-
digde voorzien, en deelen met hen den buit.
§ 7. Godsdienst. Bij de Goenongs worden slechts
eenige uiterlijke plegtigheden van den Islam in acht
genomen; bij de Lauts ontbreekt ook dat weinige,
be Chinezen volgen hier, als overal, hunne eigene
Godsdienst en zeden.
§ 8. Kunsten cn IVetenschappen. Van deze is geen
spoor te ontdekken.
§ 9. Taal. Het Maleisch wordt door de landbewo-
ners met vrij groote zuiverheid gesproken.
§ 10. Middelen van Bestaan. De landbouw is tot
nog toe in zeer onvolmaakten toestand, in vveêrwil der
vruchtbaarheid van den grond, waar anders rijst, jagong,
koffij , suiker en katoen welig zouden tieren. Misschien
is de geringheid der bevolking , en de daaruit voortvloeit
jende gemakkelijkheid, om in hunne eigene behoeften te
voorzien, de oorzaak van die achterlijkheid. De land-
bewoners verzamelen was, vogelnestjes cn danmicr; op
L 3 Bil.