Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
162-
hout, rottan , tripang , agar - agar (ccne soort van wier
of zeegras, dat tot tafelzuur en andere einden gebruikt
wordt) en karet, alsmede in geweven zijden kleedjes
en andere zijden stoffen, krissen en klewangs, die
zoo goed zijn als de Palembangsche.
De voornaamste plaats is:
Kwalla - Day, de hoofdplaats, aan de zuidzijde van
dit eiland Linga, ten westen van Tandjong r IJang
gelegen. Deze stad heeft, met hare omstreken, eene
bevolking van nagenoeg 6000 zielen. Aan den mond
der rivier ligt een houten fort, met een twintigtal
ligte stukken; op een half uur afstands van daar is
de Chinesche wijk, en daarop volgt de eigenlijke
stad, die zich zeer schilderachtig aan beide oevers der
rivier, te midden van het geboomte, voordoet. De
huizen zijn meestal op palen gebouwd. Wat hoogerop,
aan de rivier, ligt de onaanzienlijke dalem van den Sul-
tan. De reede is door eenige eilandjes, waaronder
Sinkop, of Singkeb, en Kalambak gedekt; en op die
wijze wordt eene vrij veilige baai gevormd, die echter
tegen het oosten open is.
De bevolking heeft veel door huidziekten te lijden ,
zoo men meent, wegens het voedsel, dat voornamelijk
uit raauwe aardvruchten en visch bestaat. Voor het
overige kent men er weinig ziekten.
Onder de Linganezen ontmoet men bekwame scheeps-
bouwers , stoute zeelieden en wreede zeeroovers- Zelfs
wordt de zeerooverij voor een geoorloofd middel van
bestaan gehouden , inzonderheid, zoo het scliijnt, bij
de bevolking van de eilanden Lakanak, Baro, Penagar
en Tamyang; ook wil men, dat niet enkel verscheidene
Grooten, en onder deze vooral de Orangkaya van Ma-
par, maar zelfs de Sultan voordeelen uit de zeeroo-
verij zouden trekken. — Zooveel mogelijk nogtans wordt
door het Nederlandsch Gouvernement tegen de zeeroo-
verij gewaakt, en worden alle verdachte vaartuigen in
deze woteren aan een naauwkeurig onderzoek onderwor-
pen ; hoewel het moeijelijk is, tusschen al die eilanden
door te dringen; men verwacht hieromtrent veel van
ijzeren stoomvaartuigen.
BAN-