Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
schiereiland van Malakka is, en noemen dit, uit dien
hoofde, het Maleische Schiereiland; van daar zouden
zij naar Sumatra zijn overgestoken , en zich verder ver-
spreid hebben. Anderen zijn van meening, dat de Maleijers
van de binnen - of bovenlanden van Sumatra, en be-
paaldelijk uit Menang- Kabou, dat voorheen het groot-
ste gedeelte der bovenlanden van Sumatra besloeg,
naar de oostkust zijn afgezakt, en zoo naar het
schiereiland overgestoken , terwijl zij overal, behalve op
Sumatra, hoofdzakelijk de kusten bewonen.
Het is een bij velen aangenomen gevoelen, dat de
maatschappelijke toestand der Maleijers in vroegere eeu-
wen een veel hooger standpunt van beschaving te ken-
nen gaf, dan uit hunnen tegenwoordigen toestand kan
worden opgemaakt. De komst der Europeërs kan nog-
tans hen van die hoogte niet hebben doen afdalen. Wan-
neer men wil aannemen, dat bij hen vroeger een tijd van
hoogere beschaving bestaan heeft, dan is het niet on-
waarschijnlijk , dat de verspreiding der Arabieren met der-
zelver handel, godsdienst en gezag op de eilanden, waar
de Maleijers aanzienlijken handel dreven, de eerste aanlei-
ding tot hunnen teruggang is geweest, terwijl de komst
der Europeërs als tweede oorzaak heeft gewerkt, en
hunnen val verder voltooid.
Over eene zoo groote uitgestrektheid verspreid en ge-
vestigd , is de Maleijer niet overal geheel dezelfde. Hij
moge schrander en vernuftig zijn; doch hij is tevens
loos en van verraderij niet vrij te pleiten. Met meer le-
vendige zucht voor onafhankelijkheid, laat hij zich geree-
der tot godsdienstige dweeperfj opwinden dan de Javaan,
Landbouw, handwerken en kunsten zijn voor hem min-
der aanlokkelijk dan handel , scheepvaart en zeerooverij,
hetgeen zich verklaren laat uit den onwil, om afhanke-
lijkheid en zelfs ondergeschiktheid te dulden. — Van
wege de menigte zeeroovers, die onder de Maleijers
worden aangetroffen , zou men gelooven , dat zij bijzon-
dere neiging hebben tot een zoo bandeloos leven,
waarbij het gemakkelijk valt zich aan de schandelijkste
buitensporigheden of de stuitendste vyreedheid over te
geven.
Kleine eilandjes, door blinde klippen omringd ea
daardoor genoegzaam ontoegankelijk, strekken den zee-
roovers tot schuilplaats. Van hier bespringen zij on-
verhoeds , met sterk bemande praauwen, niet enkel vaar-
A 5 tui-