Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lÜO
De voornaamste plaatsen zijn:
Op R I o u w :
Kiomv. Deze hoofdplaats ligt op den noordvvesthoek
van Tandjong-Pinang, aan Baai Kiouw, welke in
Straat Kiouw uitkomt, en, door verscheidene eilandjes
gedekt, eene veilige haven, ook voor een aanzienlijk
getal schepen, oplevert. Nadat deze bezitting ruim 20
jaren verlaten was geweest, werd zij, in 1818, weder
ingenomen; het duurde echter tot 1824, eer land-
bouw en handel eenige levendigheid begonnen te ver-
toonen. Ten einde van de gunstige ligging zooveel
mogelijk partij mogt worden getrokken, werd Kiouw,
bij Koninklqk Besluit van 10 April, 1828, tot eene
vrijhaven verklaard. Evenwel heeft zich, tot nog toe,
de handel niet zoodanig uitgebreid, als de voordeelige
gelegenheid zou hebben doen verwachten. Er is handel
op Siam , Cochinchtna, China, Borneo, Celebes, Java,
Sumatra, Sinkapore , Puloe - Pinang, en zelfs op het
westen van Indiè.
De stad, welke ten verbluf strekt aan den Resident
en eenige weinige Ambtenaren, bezit eene nieuwe
steenen kerk, in 1836 ingewijd, en eene goede school.
Het fort De Kroonprins wordt geacht volkomen aan
het doel te beantwoorden. De Chinezen wonen hier
meestal op rakits, of vlotten. Er is echter eene afzon-
derlijke kampong, of wijk , van Fokiensche en eene van
Quantongsche Chinezen, aan wier Hoofden regtstreeks
de Dorpshoofden van alle dorpen, welke of door
Fokiensche of door Quantongsche Chinezen bewoond
worden, verantwoordelijk zijn. In die dorpen houdt
men zich meest met gambier- en peperbouw, of wel
met arakstokerij bezig. In de Boeginesche wijk wo-
nen meestal kooplieden en schippers.
Als eene andere wijk van Kiouw kan men beschou-
wen hef eiland Pingjat, of Marseh, dat in de baai ligt,
en voornamelijk door Maleijers bewoond wordt. De
Lingasche Onderkoning van den Sultan van Linga,
met den titel van Kadja - Moeda, heeft er een aange-
naam gelegen paleis, of dalem.
Op het eilandje Los vindt men, onder het bestuur
van een' Zendeling, eene Christengemeente van Aziaten,
bestaande uit Chinezen, Maleijers en Boeginezen. Se-
dert