Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1Ö7
vijandscliap leven. Het getal eigenlijke Maleijers is
grooter, en deze zijn de meesters, doch hier en
daar met de Rayats vermengd. Volgens sommigen
zou het zuiver Maleische geslacht thans hoofdza-
kelijk op Linga gevonden worden. Op de Riouwsche
Eilanden zijn veel Chinezen, deels Quantongsche,
deels Fokiensche, of Amoysche; op Linga is hun
getal gering. Nog ontmoet men er Boeginezen, Ja-
vanen, Mooren en Arabieren, doch slechts in gering
aantal. De vrouwen staan in geene evenredigheid tot
de mannen, dewijl vooral de Chinezen, wier verblijf
als tydelijk te beschouwen is, geene vrouwen mede-
brengen. Deze onevenredigheid is mzonderheid op Bin-
tang in het oogloopende.
§ 6. Zeden en Gewoonten. De Maleijers onderschei-
den zich hier, zoo als overal, evenzeer door uiterlij-
ke wellevendheid, als door loosheid en eene verrader-
lijke inborst. Amfioen schuiven, dobbelspel en derge-
lijke zijn ook hier heerschende gebreken; en zeeroovertj
is eene geliefkoosde bezigheid. De Lingasche zeeroovers
zijn, wegens hunne wreedheid, berucht en gevreesd.
De eigenlijke Rayats hebben minder uiterlijke bescha-
ving, maar ook minder ondeugden dan de Maleijers.
Op deze eilanden behoort het levend begraven tot aan
den hals, ten einde door de insekten of door de
zonnehitte doodgemarteld te worden, onder de dood-
straffen. De Chinezen van Quantong, of Kanton, ver-
zaken hier evenmin hunnen twistzieken aard, als hunne
zucht voor dobbelspel, amfioen schuiven en andere
ongeregeldheden; de Fokiensche Chinezen zijn rustiger
en arbeidzamer. Alle evenwel toonen eene slimheid,
welke, steeds op voordeel bedacht, zich weinig om
naauwgezette eerlijkheid bekommert. Boven alle ande-
ren munten de Boeginezen uit in arbeidzaamheid, en
eerlijkheid in handel en wandel.
§ 7. Godsdienst. Verscheidenheid van landaard brengt
verschil van Godsdienst mede; doch de Boeginezen zijn
hier, evenmin als de Chinezen, bijzonder gehecht aan
hunne Godsdienstbegrippen. Dit heeft welligt aanlei-
ding gegeven tot meer uitgebreide werkzaamheid van
de Christenzendelingen, wier pogingen niet onvrucht-
baar zijn, zoowel onder de af- en aanvarende Chine-
zen en Boeginezen, als voornamelijk onder de Riouw-
sche bevolking en de gezetene Chinezen, Maleijers
cn