Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
133-
te verbergen. — Verder is dit Land weinig bekend; men
weet echter, dat de inwoners in horden bij elkander
leven, welke elk een geheel onafhankelijk Opperhoofd
hebben. Zij bezitten land- en tuinbouw, maken kruid
en drijven handel op de kusten.
3. De Landschappen serampes, soenges-
tenang, moesie en passummah
zijn alle weinig bekende Landschappen, in onderscliei-
dene onderafdeelingen gesplitst. Zij hebben verscheidene
Opperhoofden. Passummah, het voornaamste Landschap,
is zeer bergachtig, doch met vruchtbare dalen, die zeer
goed bebouwd worden en welbevolkt zijn. Vier Pan-
gerans hebben er het bestuur, door Onderregenten (Ka-
lippahs) geholpen. Moesie is een dal, met welbebouw-
den grond en gastvrije inwoners.
K 5 RI-