Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
hun Rfjk toebragt. De regeringsvorm echter had niet
genoeg eenheid of veêrkracht, om het R^jk een we-
zenlijk en duurzaam overwigt op de lotgevallen van
het geheele eiland te verschafen. De zoon der zuster
van den Vorst, of Radja, was zijn opvolger; doch niet
zelden was deze opvolging afhankelijk van de keuze
der Panghoeloes van de verschillende kottas — Districts-
hoofden , die, op hunne beurt, door de Dorpshoofden
werden benoemd en door den Vorst bevestigd. De
Dorpshoofden, die door de Oudsten van het dorp
gekozen werden, ontvingen hunne bevestiging van den
Panghoeloe. Op sommige plaatsen voeren de Dorps-
hoofden den titel van Panghoeloe, daar de titelzucht
op Sumatra zeer algemeen is; in dit geval matigen
zich verscheidene Panghoeloes in hetzelfde dorp de magt
aan. Zoo is ook buiten het Menang - Kabousche het
gezag verdeeld; doch een geest van onafhankelijk-
heid , of liever gebrek aan ondergeschiktheid, is oor-
zaak , dat de magt der Opperhoofden, of weinig klem
heeft, of zich door willekeur en geweldenarij ken-
merkt.
Verdeeling. Volgens de laatste berigten, is het Land
onder drie Vorsten verdeeld, van welke de Sultan van
eigenlek Menang-Kabou de eerste in rang is, en te
Pager-Hoedjong zijne residentie heeft. Op hem volgt
de Sultan, die te Soeroewasa zijn verblijf houdt, ter-
wijl de derde te Soengie-Trap woont. Deze groote
afdeelingen worden in kleinere gesplitst, waarvan de
Hoofden den titel van Datoe voeren.
De voornaamste plaatsen zijn:
Pager-Hoedjong, met ijzerfabrijken, de zetel van het
voornaamste Opperhoofd.
Soeroewasa en Padang - Luhar, de laatste met be-
roemde tjzermijnen.
Soepayotig, met goudmijnen.
2. Het Landschap korintjie
is een uitgestrekt dal, dat aan Menang- Kabou, Siak
en Jambi grenst, en zeer hoog gelegen is. — Hier
ontspringen de Indrapoera en de Silligan. — Het Land
levert katoen, indigo , goeden tabak en aardappelen, ook
kokosnoten; er is veel gevogelte en wild, alsmede
goud, waarvan de inwoners de mijnen zorgvuldig weten
te
■Éi