Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
schipper te betalen, onder voorwaarde van deze gelden
te zullen inverdienen.
De meeste zijn afkomstig uit de gewesten Qiiantong, oï
Kanton, en Fokten, ook wel Amoy genoemd. Die uit
Fokten geboortig, worden voor beter en rustiger gehou-
den , en zijn eerder genegen zich te vestigen, waar het
hun welgaat; de eerste zijn meer twistziek, geneigd
tot dobbelspel en andere uitspattingen, hechten zich
minder aan de plaats van hun verblijf, en keeren meestal
naar China terug, wanneer zij eenig geld opgespaard
hebben.
Groot is hunne vlijt, en hoofd en handen zijn steeds
bezig, om middelen op te sporen, ten einde hunnen toe-
stand te verbeteren of zich bronnen van welvaart te
openen. Daardoor wordt het te ligter begrijpeliik,
hoe er onder de Chinezen gevonden worden , die
zich langs slinksche wegen verrijken, of den onvoorzig-
tigen of zorgeloozen eilander, onder schijn van welwil-
lende hulpbetooning, listiglijk uitzuigen. Het plaatsen
van Chinezen als Mandoor of Opzigters in fabrijken, of
bij den landbouw, wordt door sommigen aanbevolen.
Velen staan ook in het gevoelen, dat, zoo lang men
zijne verpligtingen jegens de Chinezen getrouwelijk ver-
vult , en hun de gelegenheid opent, om door oppas-
sendheid iets over te winnen, men op hunne trouw
en op de behartiging van de belangen hunner Mees-
ters kan rekenen.
Zij zijn er op gesteld, hun nieuwjaarsfeest en andere
feesten met pracht en schitterende ommegangen en too-
neelvertooningen {wayongs) te vieren. Van vette, zwa-
re spijzen en uitgezochte lekkernijen zijn zij liefhebbers,
als hunne verdiensten het toelaten. — De gezetene, wel-
varende Chinezen ontvangen gaarne Europecrs bij zich ;
het onthaal bestaat dan in verschillende confituren en de
thee is daarbij steeds gereed.
De Maleijers (■"). Zij bewonen hoofdzakelijk Sumatra
en het Schiereiland van Malakka, doch zijn over Java
en de verdere Soenda-Eilanden , tot op Timor, verspreid,
alsmede op Borneo en de Moluksche Eilanden. Velen
houden het er voor, dat hun eigenlijk Vaderland het
schier-
(*) Sommigen honden liet er voor, dat de naam Maleijer
gelijk staat met landlooper, en meenen, dat de Maleijers van
nature zwervers en zeeroovers zijn,