Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Banka, ten zuiden aan de Lampongsche Districten en
ten westen aan Benkoeleii.
Luchtgesteldheid. Ondanks de menigvuldige moeras-
sen , wordt de lucht voor niet ongezond gehouden.
Bergen. Aan de kust is het land vlak en moeras-
sig ; meer binnenlands vindt men bergen, waaronder
de Moesie, aan welken de rivier van denzelfden naam
ontspringt, genoemd wordt. Ook zijn er Vuurber-
gen , waarvan de Boekit - Kaba, in het Palembang-
sche landschap Sindang, dat aan het gebied van Ben-
koelen grenst, den ü4sten November, 1833, gelijk
vroeger reeds aangestipt is, door eene zware uit-
barsting en daarmede verzeld gaande aardbeving ,
zeer veel schade heeft veroorzaakt. Deze aardbeving
werd gevoeld, oostwaarts langs de zuidkust van Ja.
va, en westwaarts tot op Sinkapore en de naburige
kust. Langs de westkust van Sumatra waren de ver-
schijnselen het verschrikkelijkst, en gingen aldaar van
eene waterberoering verzeld. De oceaan steeg ontzettend
hoog, en bragt aan vaartuigen en gebouwen, inzon-
derheid van Benkoelen tot aan Padang, veel nadeel toe.
Te Benkoelen werden twee Gouvernements - schoeners en
eenige inlandsche vaartuigen opgeligt, op de rotsen
geworpen en aldaar op het drooge gezet. Te Padang
spleet hier en daar de grond open, waaruit stra-
len waters en zwaveldampen voortschoten. Zoo daar
als elders stortten gebouwen in, en traden rivieren
buiten hare oevers. Het meer Klein-Telaga vereenigde
zijne wateren met die der rivier Ayer - Dingien; de
massa werd een stortvloed; aarde, steenen, boomen
zelfs werden medegevoerd, en op sommige plaatsen
bleef eene laag modder en zand achter ter hoogte van
6 tot 7 voet. In de districten Klingie en Blieta alleen
verloren ongeveer honderd menschen het leven. Te
Palembang was, hoezeer op merkelijken afstand van
den Boekit - Kaba, het water der Moesie een' geruimen
tijd ondrinkbaar.
Rivieren en andere wateren. De rivier Moesie ont-
springt op weinige mijlen afstands van Benkoelen, en
neemt meerdere rivieren in zich op, waaronder de
Komering, die aanvankelijk den naam van Makoko\otxX.,
de Ogan, de Lamatang, welke bij den berg Patah
haren oorsprong heeft, At Kalingie, de Lakietan, de
Rawas enz., zoodat zij reeds boven Palembang eenige
hon-