Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
144-
afstroomende rivieren vormen, in den regcntqd, ande-
re liet geheele jaar door, prachtige of stoute water-
vallen. Ook zijn er, behalve het meer van Saïabong,
nog andere meren, die echter niet naauwkeurig be-
kend zijn.
Foortbrengselen. Peper, koffij, specerijen , rijst,
kamfer, suiker, buffels , klapper - olie, olifantstanden ,
vogelnestjes en wat stofgoud. Er wordt aardpek
(naphta) gevonden, of, volgens anderen, steenkolen.
In de boven-districten worden aardappelen en kool
met goeden uitslag aangekweekt. — De Engelschen
hebben zich bij voortduring veel moeite gegeven, om de
muskaat- en nagelteelt hier te doen slagen, doch te
vergeefs: de sterfte onder de duizenden jonge boomen,
naar Benkoelen overgebragt, was steeds zeer groot,
en de opbrengst van de boomen, die slaagden, bleef
doorgaans verre beneden die der specerijboomen in de
Molukken. Van elke soort zijn echter nog welligt
20000 stuks overig.
Verdeeling. In de Assistent-Residentie Benkoelen en
de ommelanden en buitenposten.
De voornaamste plaatsen zijn:
Benkoelen of Marlborough. Het fort, door de Engel-
schen gebouwd, heet Marlborough; doch het vlek, dat
klein , maar wel aangelegd is, wordt meest Benkoelen
genoemd. Er is eene nette kleine kerk, en een Gou-
vernementshuis, door den Assistent-Resident bewoond.
De Chinezen alhier zijn meestal behoeftig; voor het
overige zijn hier Bengalezen, Madagasken, of Mo-
zambikers, en Baliesche slaven of zoogenoemde pan-
delingen. — Het zeehoofd heeft door de aardbeving
van November, 1833, veel geleden. — Tot Maart,
1825, was alhier het hoofdbestuur over de Britsche
forten ter westkust van Sumatra gevestigd. Alles, ook
de wegen, werden toen op eene kostbare wijze onder-
houden, zoodat, in vergelijking met dien tijd, Ben-
koelen thans een vervallen aanzien heeft.
Nabij het strand zijn twee gedenkteekenen, een van
den Britschen Resident P a r r, en het andere van den
Nederlandschen Assistent - Resident Knoerle, die bei-
de, door hunnen ijver bij den inlander in haat geraakt,
zijn vermoord geworden, de eerste in 1805, de tweede
in 1833.
De reede is onveilig, zoodat de schepen al vrij
spoe-